|
ANNA
VAN GELDER.
Douaričre de
Ruyter.
1613
- 1685
Bron.:
www.ckplus.nl/ruyter.html
Anna
van Gelder, de weduwe van Michiel de Ruyter, was eerst getrouwd
geweest met Jan Pauwelsz., zeeman
Op 9-1-1652 trouwde zij in Vlissingen met Michiel Adriaansz. de Ruyter
Uit haar eerste huwelijk had zij 1 zoon en 1 dochter, de zoon, Jan van
Gelder, was kapitein in de vloot van zijn stiefvader de Ruyter, Hij
speelde o.a. een rol in de Tocht
naar Chatham,
waar hij het bevel voerde over de: “
“
Hij sneuvelde in de Slag
bij Kijkduin,
in 1673. De Ruyter was zeer gesteld op hem en noemde hem “den
bloetzoon gelijk” Uit
haar huwelijk met de Ruyter kreeg zij 3 dochters, de jongste,
Margarethe, is de
stammoeder
van o.a. de families de Ruyter Falck, de Ruyter van Steveninck, Elías,
van Boetzelaer e.a.
 |
Anna van Gelder. |
Over de achtergrond van Anna van Gelder is weinig bekend. Haar ouders
waren allebei afkomstig uit Arnemuiden. Haar broer Evert werd daar
geboren in 1611. Kort hierna zullen haar ouders naar Vlissingen zijn
verhuisd, want hier werd Anna – hoogstwaarschijnlijk in 1613, maar
in ieder geval vóór 8 januari 1614 – geboren. Zowel haar vader als
haar broer Evert worden vermeld als zeeman. In 1637 trouwde Anna met
Jan Pauwelsz. uit Veere, eveneens zeeman. Het jonge paar woonde in
Vlissingen, en van de kinderen die werden geboren, zouden Grietje en
Jan in leven blijven. Jan Pauwelsz. klom op tot scheepskapitein. Als
kapiteinsvrouw zal Anna gezorgd hebben voor de proviandering van zijn
schip. Volgens de traditie binnen de zeevaart kreeg de kapitein
namelijk een vast bedrag voor de aankoop van levensmiddelen voor zijn
bemanning. De kapiteinsvrouwen deden de hiertoe noodzakelijke inkopen.
Tweede
huwelijk
De
eerste man van Anna van Gelder overleed tijdens een reis naar de
Antillen. Als 38-jarige weduwe met twee kinderen hertrouwde zij in
1652 met Michiel Adriaansz. de Ruyter, op dat moment kapitein op de
koopvaardij en zelf weduwnaar met vier kinderen. Anna was zijn derde
vrouw. Het is goed mogelijk dat zij elkaar al langer kenden, want
zowel Michiel de Ruyter als Jan Pauwelsz. hadden als schipper gevaren
voor de Vlissingse redersfamilie Lampsin. Bovendien zou Anna bevriend
zijn geweest met De Ruyters tweede vrouw, Cornelia Engels. In
datzelfde jaar trad De Ruyter in dienst van de Admiraliteit te
Amsterdam.
Drie
jaar later, in 1655, verhuisde het gezin De Ruyter van Vlissingen naar
Amsterdam, waar het ging wonen op het Nieuwe Waalseiland
(tegenwoordig
Prins Hendrikkade). Uit alles blijkt dat Michiel en Anna een hecht
huwelijk hadden. Wanneer De Ruyter op zee was, schreef hij vaak
verscheidene malen per week aan zijn vrouw. Hij sprak haar in zijn
brieven aan met ‘moeder’. Anna vergezelde haar man waar mogelijk,
reisde met hem mee naar Den Helder of Hellevoetsluis om hem uit te
zwaaien en stond hem bij terugkomst weer op te wachten. Tijdens zijn
afwezigheid regelde zij alle financiële en notariële zaken. Twee
keer, in 1660 en 1668, lieten Michiel de Ruyter en Anna van Gelder
zich samen portretteren door de Zeeuwse kunstenaar Hendrik Berckman.
Een derde keer werd er een groot familieportret geschilderd door
Jurriaen Jacobson in 1662.
Anna
van Gelder vergezelde haar man ook bij zijn bezoeken aan
raadpensionaris Johan de Witt en zijn vrouw De beide echtparen raakten
met elkaar bevriend en schreven elkaar geregeld. Deze vriendschap
bracht echter ook gevaar met zich mee. Op 6 september 1672, kort na de
moord op Johan de Witt, dromden veel mensen samen voor het huis van
‘de landverrader’ Michiel de Ruyter. Deze was zelf op zee, maar
Van Gelder was thuis met haar dochter en nicht. Toen de situatie
dreigend werd, riep zij de schoonvader van haar zoon Jan te hulp. Deze
was kapitein van de schutterij. Om de boze menigte tevreden te stellen
liet Anna hem een brief voorlezen die zij juist had ontvangen en
waarin De Ruyter schreef de vijand weer te gaan opzoeken. Hiermee
wilde zij aantonen dat haar man geen verrader mocht worden genoemd.
Met behulp van de schutters werd de menigte uiteindelijk verjaagd.
Niet lang hierna vergezelde Anna haar man toen hij op audiëntie ging
bij de nieuwe stadhouder, prins Willem III.
Het
bedrijf van de kapiteinsvrouw
De
taak van een kapiteinsvrouw, het zorgen voor de victualiëring van de
schepen, was geen sinecure. Een schip als "De Zeven
Provinciën", waarop De Ruyter van 1665 tot 1673 voer,
telde al gauw een bemanning van 450 tot 500 zeelieden. De hoeveelheden
voedsel, drank en gereedschap die ingekocht moesten worden, waren dan
ook niet gering. Het geld voor de aankopen diende te worden
voorgeschoten en de admiraliteiten stonden er niet om bekend snel uit
te betalen. Goed inkopen gaf een mogelijkheid om wat winst te maken,
maar te zuinig inkopen leverde natuurlijk weer problemen met de
bemanning op. De Ruyter had de naam 'royaal te schaften', wat wellicht
ook heeft bijgedragen aan zijn populariteit. Dit betekent dat Anna van
Gelder een goed inkoopbeleid had. Er is ook een volledige boekhouding
bewaard gebleven die waarschijnlijk door haar was bijgehouden. Bij
terugkomst van een reis waren vaak nog victualiën over en deze werden
bij haar thuis opgeslagen of verkocht. Zo is bekend dat in 1661 tien
vaten met scheepsbrood, vier vaten met stokvis, twee vaten met boter,
zes rollen tabak en gereedschap op de zolders en in de kelder van hun
huis werden opgeslagen en twee vaten met grauwe erwten en twee vaten
met witte erwten te gelde werden gemaakt.
Anna
van Gelder hield toezicht op de financiën. Zij stuurde De Ruyter het
geld dat nodig was om slaven vrij te kopen. Wanneer haar man
retourlading mee terugnam van zijn reizen, zag zij toe op de verkoop
van de goederen. Ook buitgeld werd aan haar toevertrouwd en door haar
beheerd. Tevens regelde zij dat het maandgeld van de zeelieden op tijd
aan hun vrouwen werd uitgekeerd, en zij klaagde bij de admiraliteit
wanneer een betaling op zich liet wachten. In 1665 begon Anna met de
inkopen voor de proviandering van "De Hollandia’"
omdat dat schip aan De Ruyter was toegewezen. Toen de admiraliteit
kort daarna besloot dat het bij nader inzien toch beter was als De
Ruyter met "De Zeven Provinciën" zou
uitvaren, schreef Anna een brief aan dit college waarin zij haar
verwondering uitsprak over deze weifelachtige houding. Zij kreeg
toestemming de al ingekochte proviand te verrekenen met wat zij alsnog
moest inkopen voor "de Zeven Provinciën". Ook
is bekend dat zij zelf aan raadpensionaris Johan de Witt vroeg verse
groenten naar de vloot te sturen, want zij was bang dat deze al voor
aankomst bedorven zouden zijn als zíj de groenten naar Texel zou
sturen.
Reputatie
De
Ruyter stierf op zee, na op 22 april 1676 gewond te zijn geraakt in de
Slag
bij de Etna.
Pas in januari 1677 kwam het schip dat zijn lichaam vervoerde aan in
Hellevoetsluis, en in maart werd hij met vorstelijke statie in
Amsterdam begraven. Hij liet het aanzienlijke vermogen na van 350.000
gulden, een duidelijk teken van welvaart. Toch stonden De Ruyter en
zijn vrouw bekend om hun eenvoud en sober gezinsleven. Anna deed zelf
de was en ging zelf voor haar inkopen naar de markt. Bij een ruzie
tussen Cornelis Tromp en De Ruyter riep Tromp dat Anna ‘haar man in
alle gezelschappen blameerde’ met haar gedrag, waarop De Ruyter
reageerde ‘dat zijn vrouw buiten kwade achterklap diende te
blijven’ Constantijn Huygens sr., die na het overlijden
van De Ruyter als secretaris van Willem III zijn opwachting maakte bij
Anna van Gelder om haar de condoleancebrief van de prins te
overhandigen, kreeg te horen dat zij hem op dat moment niet kon
ontvangen. Enigszins smalend vertelt hij dat de in zijn ogen
eenvoudige vrouw kort tevoren ten val was gekomen, toen zij bezig was
geweest ‘met haar blauwe voorschot de was te droogen op te
hangen’. Huygens vermeldt er wat stekelig bij dat de
‘duchesse-douaričre’ ook nog altijd zelf met haar mand om de arm
naar de markt placht te gaan
Anna’s
zoon Jan (1647-1673) stierf in de slag
bij Kijkduin,
een van de zeeslagen waarmee haar man roem vergaarde. Hij had altijd
de achternaam van zijn moeder aangehouden. Anna van Gelder zelf, door
stiefzoon Engel de Ruyter een voortreffelijke stiefmoeder genoemd,
stierf op 18 februari 1685, en werd op 17 maart 1685 bijgezet in het
praalgraf van haar tweede man in de Nieuwe Kerk.
Het
standaardwerk over “Het leven
en bedrijf van de Heere Michiel de Ruyter, Hertog, Ridder en
Luitenant-Admirael-Generael van Hollant en West Frieslandt “door
Gerard Bradt dd. 1687, werd aan haar opgedragen. Dit boek is de bron
voor alle later verschenen biografieën
Terug
naar de vorige pagina
|