Familiewapen van
Michiel de Ruyter.
(Zie
ook:
ENGLISH
SECTION Coat of Arms.)
Op 1 augustus 1660 (Juliaanse kalender) verhief Frederik III Koning van Denemarken, Michiel Adriaenszoon de Ruyter in de Deense adelstand asls Ridder, en verleende hem een familiewapen, waarvan de afbeelding voorkwam op de adelsbrief, die zich in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag bevindt.
 |
Afbeelding
van het wapen van de Ruyter op de adelsbrief van de Deense
Koning.
(Koninklijke
Bibliotheek, Den Haag)
|
------------
“ Zoo hebben wij ten behoeve van den meergemelden edelman Michiel de Ruiter, en van zijne wettige erfgenaamen, zijn oude schildt en geslachtswaapen zoodanig vergroot dat de zelven voortaan een open, vrijen en adelijken gekroonden helm moogen voeren, daar een gewaapent man op staat, met zijne uitgestrekte rechterhandt en uitgetoogten zwaarde, dreigende te slaan. Ende dat hun adeldom te klaarder magh blijken, hebben wij dit wapen en adelteeken, om bij henluiden altijdts gebruikt te worden, hun willen schenken, gelijk het hierboven is afgemaalt: te weeten een schildt in vier deelen verdeelt, hebbende aan de rechterzijde in het bovenste vierendeel, een volharnast ruiter met opgeheven rechter erm en uitgetoogen zwaarde, driegende te slaan; in het onderste vierendeel een kanon bleekgeel van kleur, en daar onder drie geele koegels; boven aan de linkerzijde een wit kruis in een roodt veld, en daaronder een
wit Admiraalschip in een heemelblaau veldt”.
-------------
Er wordt van dit wapen wel gezegd, dat het een soort rebus is en de volgende zin uitbeeldt:
“De Ruiter (ridder te paard) helpt Denemarken (kruis van Denemarken)
te land (kanon met drie kogels) en ter zee (Admiraalsschip)
Het bijzondere van deze actie van de Ruyter was namelijk dat hij voor het eerst in de geschiedenis van zeeslagen, de grens tussen land en zee overschreed, toen hij zijn landingen uitvoerde op het eiland Funen bij
Kjerteminde (Kortemunde) bij de stad Nyborg.
Bij deze operaties was Cornelis
Evertsen de Oude zijn ondercommandant. Daarvoor werden schepen wel beschoten vanaf het land, en omgekeerd, maar ander contact kwam eigenlijk niet voor. De zeekrijg en de landkrijg waren twee onverenigbare militaire operaties.
Het succes van deze primeur was zo groot, dat Raadspensionaris Johan
de Wit, op instigatie van de Ruyter, voorstelde een speciaal korps op
te richten dat voor dat doel zou kunnen worden ingezet. Hij gaf toen
aan Joseph Bar. van
Ghent, opdracht een dergelijk korps op te richten. Hieruit werd in 1665 het huidige Korps Mariniers
geboren.Het eerste wapenfeit waarbij dit gloednieuwe korps in actie kwam was de beroemde
“Tocht naar
Chatham” in 1667. De Engelse admiraliteit,
die spionnen op de Ruyter's vloot had, reageerde echter iets sneller en nam de Ruyter’s idee eveneens over met het oprichten van hun marinierskorps in 1663. Dat korps is dus het oudste marinierskorps ter wereld, maar beiden ontlenen hun bestaan aan een idee dat de Ruyter tijdens de Noordse Oorlog, zoals de campagnes voor Denemarken genoemd werden op deed, en dit zou
vermeld zijn in de samenstelling van het familiewapen dat hem verleend werd.
Het Portugese en Spaanse Korps Mariniers claimt van een oudere datum
te zijn, maar de manschappen van dat korps dienden slechts a/b van de
schepen, als een soort politie om de officieren te beschermen in geval
van muiterij door de manschappen. De Engelse en Nederlandse mariniers
zijn de eersten wier taken zich voortzetten in het hedendaagse Korps.
Een zoon van een bierdrager – al was hij dan een gevierd vice-admiraal – beschikte niet over een sociale status waar een geslachtswapen bij hoorde, dus van een “vergroting van zijn oude schildt en geslachtswapen” was dus geen sprake, het hierboven omschreven wapen was dus al wat de Ruyter zelf voerde. Dat hij het niet zo nauw nam met de heraldieke voorschriften moge blijken uit het wapen zoals dat voorkwam om een klein ivoren lakstempel, (Rijksmuseum, Amsterdam) dat hij in zijn bezit had en dat hij regelmatig gebruikte.
Daarop staan de drie kogels niet ónder het kanon in een omgekeerde stapel, maar vóór het kanon in een gewone stapel. Het is deze – foutieve – afbeelding die de Koninklijke Marine gebruikte voor het wapen zoals dat vanaf 1953 door de schepen die de Ruyter’s naam droegen, gevoerd werd. Pas in 2002 werd de afbeelding zoals die op de adelsbrief voorkomt toegepast als wapen voor het LCF-Fregat dat
recent in dienst gesteld werd.
De Deense titel (Ridder) alsmede het wapen waren verleend aan de Ruyter en aan
“zijne wettige erfgenaamen in nedergaande linie van beiderley geslachten”. Toch
zijn beiden nimmer in deze vorm door anderen dan Michiel gevoerd. Zij die later het wapen voerden hebben allen elementen aan de originele uitvoering
toegevoegd, en ook de Deense ridderstitel werd nooit door een
afstammeling geclaimd.
In totaal zijn er naast de Ruyter’s originele wapen, vijf verschillende uitvoeringen bekend.
Allereerst, Michiel’s oudste zoon, Engel de Ruyter, die aan zijn vaders wapen een hartschild toevoegde, met daarin een opgerichte leeuw met 7 pijlen in de klauw geklemd.
 |
Afbeelding
van het wapen dat Vice-admiraal Engel de Ruyter gevoerd heeft.
Hier afgebeeld op het originele sloepkussen van de admiraal.
(Particulier
bezit)
|
Hoe hij tot de keuze van dit hartschild is gekomen is niet bekend, maar het zou verband kunnen houden met de Hertogstitel die de Ruyter
postuum verleend werd door de Spaanse Koning na de slag bij de Etna, waarbij de Ruyter
sneuvelde. Het adelsdiploma behorende bij die titel werd nimmer gelicht, omdat Engel het gebruik er van voor Nederland ‘minder geschikt’ achtte, maar hij bedong wel voor zichzelf van de Spaanse Kroon in plaats daarvan een Baronnentitel. Het is waarschijnlijk dat hij naar aanleiding daarvan het familiewapen van zijn vader voor eigen gebruik verfraaide met de Nederlandse Leeuw (?) in het hartschild. In een poging deze toevoeging te wettigen heeft Engel aan Rombout Verhulst, - de beeldhouwer die het praalgraf van de Ruyter in de Nieuwe Kerk moest vervaardigen – opgedragen dat hartschild ook toe te voegen aan het wapen van Michiel, zoals dat op verschillende plaatsen op dat praalgraf voorkomt.
 |
Afbeelding
van het wapen dat boven de ingang van de crypt van de Ruyter in
de Nieuwe Kerk te Amsterdam staat.
Zie 't hartschild. |
De Ruyter heeft zijn aldus uitgebreide wapen nimmer gezien noch gevoerd, en wanneer de uitbreiding inderdaad een gevolg is van de
postuum verleende hertogstitel (die later dus voor
zijn zoon Engel in een Baronnentitel werd omgezet) dan valt te betwijfelen of hij het ooit zou hebben overgenomen, aangezien hij slechts diepe minachting voor de inzet van Spaanse vloot tijdens zijn laatste zeetocht heeft gehad.
De tweede afstammeling, na Engel, die ooit het wapen van de Ruyter in zijn wapen opnam, is
Mighiel Baron de Ruyter de Witte, zoon van Cornelia de Ruyter en en Johan de Witte, dus de kleinzoon van de Ruyter . Hij voerde het wapen van de Ruyter als eerste en vierde kwartier, met het familiewapen van de Witte in het tweede en derde kwartier.
 |
Wapen
van Mighiel Baron de Ruyter de Witte. |
Opvalt, dat ook hij in het wapen van zijn grootvader het door Engel gebruikte hartschild voerde, terwijl dat hartschild eveneens voorkomt op de kruising van de samenstellende familiewapens. Aangezien ook hij aanspraak maakte op de door Engel van de Spaanse Koning verkregen baronnentitel, wordt de veronderstelling dat het hartschild met die titel te maken heeft, versterkt.
Engel overleed in 1683, kinderloos, en twee maanden later kwamen Michiels kleinzoon, Michiel de Witte, en diens vader om op zee, Anna van Gelder, die o.a. door Brandt “de douarière de Ruiter” genoemd werd, zal het wapen misschien nog wel gevoerd hebben tot haar dood in 1685. maar het is niet bekend of zij eveneens het hartschild
postuum aan het wapen van haar man had toegevoegd. Zij heeft nimmer de titel van Barones gevoerd. De Ruyter’s laatste kleinzoon, Cornelis Baron de Witte, overleed in 1689
kinderloos.
Alleen de Ruyter’s dochter, Alida, uit zijn tweede huwelijke met Neeltje Engels en een volle zuster van Engel, die gehuwd was met Thomas Potts, had een dochter
Anna Potts, (1e lijn)
Een tweede dochter van de Ruyter, Margarethe, uit Michiel’s derde huwelijk met Anna van Gelder, en gehuwd met Bernardus Somer had twee dochters,
Anna (2e lijn) en Margarethe
(3e lijn) Somer.
Het waren dus deze drie kleindochters, Anna Potts en Anna en Margarethe Somers, die de afstammingslijn van de Ruyter zouden waarborgen. Een dergelijke afstamming die zich deels over de vrouwelijke lijn voortzet (Zie ons Koningshuis) wordt een “salische lijn” genoemd.
Wat
gebruik van de Ruyter's wapen door zijn afstammelingen
betreft, is de
informatie beperkt.
In de 18e
eeuw was een kleinzoon van deze Anna Potts (1) een Johan Willem
Parker, Raad, Schepen en Burgemeester van Middelburg, Heer van
Saamslag, Ambachtsheer van Geersdijk en Wissekerke, Cats en Soelekerke,
Bewindhebber van de V.O.C. gehuwd met Maria van Bueren van Regteren.
Deze Johan Willem Parker, had een huis aan de Nieuwendijk te
Vlissingen en hij had in de gevel van dat pand een alliantiewapen met
de wapens van hem en zijn echtgenote laten aanbrengen. Dit
gevelornament is in 2005 geheel in originele staat gerestaureerd door
de Fa Rijken & Zn. Het opmerkelijke is, dat hij, met één
kwartier in zijn wapen het oorspronkelijke wapen van de Ruyter had
toegevoegd.
 |
 |
Het
gevelornament in het pand
Nieuwendijk 41, Vlissingen |
Het
alliantiewapen van J.W. Parker (links) met daarin het wapen van
de Ruyter, en (rechts) dat van zijn vrouw, M. van Bueren van
Regteren
Zie ook: www.acrijken.nl/beeldhouwwerk/alliantiewapen |
Een kleindochter van Johan Willem Parker, was in het begin van de 19e eeuw, Anna Maria Parker, zij was eerst gehuwd met de hugenoot, Rocher van Renais die in 1806 overleed.
Later huwde zij met Jacobus de Wildt.
Bij K.B. van 23 september 1817 verkreeg zij van Koning Willem I voor haar echtgenoot en haar kinderen uit dát huwelijk het recht de naam “de Ruyter” toe te voegen aan de familienaam de Wildt en de Ruyter’s wapen toe te voegen aan het bestaande familiewapen. Aldus ontstond de naam
de Ruyter de Wildt Bij het formeren van het wapen van dit geslacht is eveneens een kwartering toegepast, waarbij het eerste en derde kwartier het wapen van de Ruyter vertoont en het tweede en vierde kwartier, het wapen van de
Wildt. In de negentiende eeuw voerden de leden van de familie de
Ruyter de Wildt het wapen met het hartschild in het wapen van de
Ruyter. Nader genealogisch onderzoek in de 20ste eeuw leidde tot een
aanpassing in 1955, waarbij het hartschild werd weggelaten.
(Uit haar eerste huwelijk met Rocher van Renais, had
zij drie kinderen, waarvan de laatste
zich Willem Parker de Ruyter Rocher van Renais
noemde, Hij had echter nimmer de
toestemming verkregen om de naam de Ruyter aan zijn
naam toe te voegen, zoals zijn
jongere halfbroers uit het tweede huwelijk dat wel
mochten. Toch mag uit het feit dat hij
onbevoegd die naam aan zijn naam had toegevoegd
aangenomen worden dat hij waarschijnlijk
ook de Ruyter's wapen aan zijn wapen had
toegevoegd. Er bestaat daarvan echter geen
bekende afbeelding.)
 |
Wapen
van het geslacht de Ruyter de Wildt.
Op deze afbeelding ontbreken de helmtekens.
die dezelfde zijn als op het wapen van de Ruyter.
|
Uit haar eerste huwelijk had zij o.a. nog een zoon, die zich “Parker de Ruyter Rocher van Renais” noemde. Het K.B. van 1817 strekte zich echter niet uit over de kinderen uit het eerste huwelijk van Mw. Parker, dus vermoedelijk voerde hij de naam onrechtmatig. Het is niet bekend welk wapen hij voerde, maar dat mocht dus eveneens geen verwijzing naar het wapen van de Ruyter bevatten.
Een afstammelinge van Anna Somer (2) was in het begin van de 19e eeuw Cornelia Jacoba van de Schepper, die huwde met Johan Anthonie van Steveninck, Eén van hun kinderen, Anthony Willem, kreeg bij K.B. dd 13 januari 1842 het recht de naam de Ruyter aan zijn naam toe te voegen en het wapen van de Ruyter in zijn wapen op te nemen. Hij was dus de eerste
de Ruyter van Steveninck. Het wapen dat hij voor zich samenstelde bestaat uit het originele wapen dat de Ruyter van de Deense Koning kreeg, met als hartschild het oorspronkelijke wapen van de van Stevenincks.
 |
Wapen
van het geslacht
de Ruyter van Steveninck. |
In de 3e lijn van de Ruyter’s kleindochter Margarethe Somer (3)
zijn de geslachten Elias en van Boetzelaer aan de afstammingslijn van de Ruyter geparenteerd. Beide geslachten hebben echter nimmer aangevraagd de naam van de Ruyter aan de hunne te mogen toevoegen,
doch is hen wel formeel toestemming gegeven de Ruyter’s familiewapen in hun wapens op te nemen.
Slechts één tak van de familie Elias heeft van dat recht gebruik
gemaakt, maar die tak is in 1902 uitgestorven,
.jpg) |
Het
wapen zoals Jhr. David Willem Elias.
(1758 - 1828.) voerde met het wapen van Elias als
hartschild.
Zijn tak stierf uit in 1902.
Het valt op, dat hij ook de kogels op de
"verkeerde" wijze vóór het kanon had staan.
(Bron: Hoge
Raad van Adel.)
|
Voor zover
bekend hebben de thans nog levende takken van de families Elias en van
Boetzelaer hier ook geen belangstelling voor, al zijn zij zich, net als nog vele andere
families, met trots bewust van hun verwantschap, met Hollands grootste admiraal. Geslachten met een andere familienaam die echter in de vrouwelijke lijn aan één van deze geslachten geparenteerd zijn, kunnen dus eveneens verwantschap claimen,
maar niet het wapen van de Ruyter aan het hunne toevoegen.
Dit betekent dus, dat afstammelingen van de Ruyter behoren tot de geslachten
de Ruyter de Wildt, of de Ruyter van Steveninck, of een familienaam dragen die geen verwijzing naar de Ruyter bevat. Mensen die alleen de naam “de Ruyter”
(of de Ruiter o.i.d.) dragen zijn dus geen afstammelingen
In 1907 is ter gelegenheid van de 300ste herdenking van de Ruyter’s geboorte op 25 maart 1607, voor het eerst een volledige stamboom gepubliceerd, samengesteld door de genealoog
A.A. Vorsterman van Oyen. Dit werk werd in 1957 aangevuld, en momenteel is de genealoog
Drs L.M. van der Hoeven bezig een herziene en bijwerkte versie voor het herdenkingsjaar 2007 voor te bereiden. Zie:
OPROEP
aan alle afstammelingen
op de Homepage.
Terug
naar de vorige pagina.
|