|
JOHAN
EN CORNELIS DE WITT (1625 - 1672).
(Bron:
Wikipedia.)
JOHAN
DE WITT
was de zoon van de Dordtse houthandelaar Jacob de Witt en Anna
van den Corput. Hij volgde zijn opleiding aan de Latijnse
school in Dordrecht die later naar hem vernoemd is. Hij
studeerde vanaf 1641 rechten aan de Universiteit
van Leiden. In
1645
reisde hij samen met zijn broer Cornelis door Italië,
Frankrijk,
Zwitserland
en Engeland.
Daarna vestigde Johan zich in Den Haag als advocaat Johan de Witt
trouwde in 1655 met Wendela
Bicker, de dochter van
Jan
Bicker, een welgestelde scheepsbouwer en koopman, die
anti-Oranje was
Vanaf
1653
was De Witt raadpensionaris van Holland, aangezien Dordrecht als
oudste stad in het graafschap Holland de meeste rechten had om een
kandidaat te leveren. Deze benoeming kon echter alleen geschieden met
de nadrukkelijke instemming van Amsterdam,
dat toen onder leiding stond van burgemeester Cornelis
de Graeff, de meest succesvolle Amsterdamse burgemeester
uit de Gouden
Eeuw, van wie De Witt een aangetrouwde neef was. De
voorbeeldige samenwerking tussen de twee politici was een belangrijke
factor in het succes van De Witts politiek en de herleving van de
economie na de Eerste
Engels-Nederlandse Oorlog. De Witt erkende volledig de
macht van zijn oom, en deed zijn best om aan de Amsterdamse wensen
tegemoet te komen. Dat sloot overigens geschillen tussen de twee niet
uit, waarbij De Witt kon accepteren dat De Graeff en Amsterdam
bijvoorbeeld eigenmachtig admiraal Michiel
de Ruyter op de Engelsen afstuurden.
Onder De
Witts leiding werd in
1654
vrede met Engeland gesloten waarbij De Witt een geheime
Akte
van Seclusie
liet opnemen die het De Republiek verbood de
zoon van stadhouder prins
Willem
II
automatisch als stadhouder aan te stellen. Nederland
ging in het
Eerste
Stadhouderloze Tijdperk
een welvarende periode tegemoet,
maar niet zonder machtsvertoon en oorlogen. Jaarlijks werd een kleine
expeditie uitgezonden tegen de Algerijnse zeerovers.
De Witt
stelde de staatsfinanciën op orde en creëerde een sterke vloot. Toen
in 1665
opnieuw oorlog uitbrak met de Engelsen, werd in deze Tweede
Engels-Nederlandse Oorlog
dan ook de overwinning behaald.
De Witt was betrokken bij de totstandkoming van de Vrede
van Breda in
1667.
Om de
Engelse handelsrivaal te weerstaan, was het Staatse leger echter sterk
verwaarloosd. De Witt probeerde door een pro-Franse politiek te voeren
de veiligheid van de Republiek der Zeven Verenige Nederlanden te
waarborgen, maar wilde niet meegaan met het plan van Lodewijk
XIV om de
Spaanse Nederlanden
te verdelen. Net als Frederik Hendrik voor hem, had hij liever een
door Spanje bestuurde bufferzone aan de zuidgrens van de Republiek dan
een grens met het machtige Frankrijk. De Franse politiek werd in die
tijd gekenmerkt door een tomeloos expansionisme, dat versterkt werd
door de geduchte economische concurrentie van de Nederlandse
Republiek. Hierop begon in 1672 (Ook bekend als het Rampjaar de
Derde Engelse Oorlog
(1672 - 1673.) met een Franse inval over land
van de Republiek, gepaard gaand met een bedreiging door drie andere
anti-Nederlandse bondgenoten: de bisschop van Munster en de
aartsbisschop van Keulen in het oosten en de Engelsen ter zee, die met
een invasie dreigden. Frankrijk wenste niet alleen de Zuidelijke
Nederlanden, waar Lodewijk volgens een erfrechtelijke redenering recht
op meende te hebben, maar ook de Rijn als natuurlijke Franse grens te
bereiken. Het failliet van De Witts buitenlandse politiek, die lange
tijd succesvol was geweest, was daarmee compleet. Twee weken nadat
Johans broer Cornelis op valse beschuldiging van verraad werd
gearresteerd, trok hij zich terug als politiek leider. Op 21 juni
overleefde hij al een eerste moordaanslag: hij werd neergestoken maar
herstelde. Toen Johan zijn broer op 20 augustus bezocht, in de val
gelokt door een vervalste brief, werden beide broers door het gepeupel
vermoord; Aanvankelijk beschermde de cavalerie de gevangenis, maar ze
kreeg van hoger hand het bevel te vertrekken onder het valse
voorwendsel van een bericht over plunderende boeren. Daarna drong een
groep volk de gevangenis binnen en sleurde de broers naar buiten. De
Witt kreeg een nekschot; zijn lijk werd ontkleed, ondersteboven
opgehangen, ontmand en ten dele opgegeten. De duim en tong van de
gebroeders de Witt zijn nu te vinden in het Haags Historisch Museum
Het verloop van het proces tegen Cornelis de Witt is nagespeeld en
verfilmd. Deze film is te zien in in Den Haag. Het standbeeld van
Johan de Witt op de "Plaats" in Den Haag verwijst met zijn
vinger Rijksmuseum de Gevangenpoort. naar de plek waar hij en zijn
broer gelyncht zijn.
Johan
de Witt was naast staatsman ook een begenadigd wiskundige. In 1659
schreef hij "Elementa Curvarum Linearum"
(Grondbeginselen van de Kromme Lijnen') als bijlage bij een vertaling
van René
Descartes' "La Géométrie".
In
1671 verscheen van hem "Waardije van Lyf-renten naer Proportie
van Los-renten". Dat werk hield ook verband met zijn
staatsmanschap. Al sinds de middeleeuwen was een lijfrente
een manier om voor een bepaald persoon een geregeld inkomen te
'kopen', bijvoorbeeld van de overheid.(Zie in het
Familiearchief,
Doos
VII Nr.:
50) Ook bestonden er losrenten
die meer leken op een staatslening. De Witt liet zien - door kansrekening
toe te passen - dat bij een gelijk bedrag een losrente van 4%
gemiddeld evenveel opleverde als een lijfrente van 6%
De Staten betaalden echter meer dan 7% Het werkje over
lijfrenten wordt tegenwoordig gezien als de start van de verzekeringswiskunde.
De Witt is
door historici zoals Hajo Brugmans en Jan en Annie Romein verweten dat
hij geen oog had voor wat er onder het volk leefde, met name de sterke
hang naar de Oranjes. In hun analyse is dit dan ook de reden voor zijn
ondergang geworden, die al jaren eerder een aanvang nam met de
aanstelling van een calvinistische pro-orangistische burgemeester in
Amsterdam.
CORNELIS
DE WITT
(Dordrecht,
1623
– Den
Haag 1672)
was pensionaris
van Dordrecht
en broer van Johan
de Witt. Cornelis was van
1652
tot 1654
lid van de admiraliteit
van Rotterdam, en was voorts ruwaard
van Putten en baljuw
van de Beijerlanden. Zijn broer, die als raadpensionaris
een machtig man was, bezorgde Cornelis diverse functies. In 1667
had Cornelis het toezicht op de Tocht
naar Chatham
tijdens de Tweede
Engels-Nederlandse Oorlog
Samen
gingen ze uiteindelijk ten onder. Hun pro-Franse politiek mislukte
toen
Lodewijk
XIV
de Republiek aanviel tijdens de
Derde
Engelse Oorlog. Cornelis ging nog mee met de vloot tijdens de Slag
bij Solebay, waar hij grote persoonlijke moed betoonde.
Door het oprukken van de Franse troepen naar het hart van het land zag
de Oranjepartij de kans schoon het Staatse
regime ten val te brengen. In de meeste Staten en
vroedschappen
namen ze met geweld de macht over. In augustus 1672 werd Cornelis
beschuldigd van het beramen van een moordpoging op prins
Willem III. Cornelis werd gevangengezet in de
Gevangenpoort
te 's Gravenhage. Ondanks zware martelingen bekende Cornelis niet - tegenwoordig wordt
algemeen aangenomen dat hij volkomen onschuldig was. Hij werd tot
verbanning veroordeeld.Toen zijn broer hem op de dag van de uitspraak
uit de gevangenis kwam halen, in de val gelokt door een vervalste
brief die zogenaamd van Cornelis afkomstig was, werden beiden vanuit
een opgejutte menigte uit de gevangenis gesleurd. Zijn broer werd
meteen met een nekschot afgemaakt; Cornelis werd neergeslagen,
-geschoten en -gestoken, opengereten en ondersteboven opgehangen; toen
hij zijn hoofd nog oprichtte, werden hem met twee slagen van een
geweerkolf de hersens ingeslagen. Eén aanvaller poogde van zijn
ontklede lijk het geslachtsdeel af te bijten; toen dat mislukte
ontmande hij hem met een mes, nam het geslacht in de mond en gaf het
toen aan een ander die het opat. Weer een ander sneed repen vlees uit
de billen om die meteen op te eten.
erug
naar de vorige pagina.
|