§ . Links . §

 

ITEKST van de persoonlijke brief van de Ruyter aan zijn kapiteins, 
               van 1 juni 1661.               (Zie schilderij N. Oudshoorn.)

Uit deze brief blijkt duidelijk, dat de Ruyter, hoewel bekend staand als een charismatisch leider, die algemeen zeer geliefd was bij al het scheepsvolk, van hoog tot laag, ook hoge eisen stelde aan aan zijn directe ondergeschikten, de kapiteins.

Hij was rechtvaardig, maar eiste absolute gehoorzaamheid en hij duldde geen fouten.
Het was deze eigenschap om te streven naar perfectionisme voor zichzelf en zijn gehele vloot, die aan de Franse admiraal
Duquesne, de man tegen wie hij later in 1676 zou sneuvelen voor de Etna, ter gelegenheid van de 4-daagse zeeslag het bewonderende commentaar ontlokte : 

"De Hollandse vloot kan in een vliegende storm, in dichte mist in linie een nacht zonder maan invaren, en de volgende morgen er in een ongestoorde linie uitkomen"

Het stelde de Ruyter ook in staat zijn geschutsbemanningen 2 salvos te laten afvuren in de tijd die de Engelsen nodig hadden voor een enkel salvo, waardoor zijn numerieke minderheid werd omgezet in een overmacht. Terwijl de niet aflatende oefeningen van alle schepen in de vloot hem ervanm verzekerden dat zijn beveln werden opgevolgd, ook wanneer zij gecompliceerd en moeilijk te volvoeren waren, waardoor hij vaak een tectisch overwicht bereikte tegen een overigens superieure vijandelijke vloot.

                                                                                                                                           

  

                                                                Heer Michiel de Ruyter Vice admiraal
                                                                  over Hollandt en Westvrieslandt

Last hiermede alle Kapiteynen onder desselfs Vlagge resorterende dat zy van stonden aen ider haer Offisieren wel expresselick sullen hebben aen te seggen en te belasten dat zy wel bisonderlick sullen hebben toe te sien van malcanderen int drayen wenden ofte andersints int minste geen schade aen te doen alsoo alle die geene die hier van sullen blyven in gebreecke sonder de minste genade niet alleen strengelick sullen worden gestraft maer daerenboven noch vergoeden alle de schaden, die de schepen door haer versuym ende onachtsaemheyt sullen comen te lyden ende daertoe geen suffisante ofte bequame middelen hebbende dat deselve dan int Rasphuys ofte andersints aenden Lyve wel scharpelick sullen worden gestraft sonder de minste genaden oft quytscheldinge hierover hebben te verhoopen ende om te beter alle dese ongelukken voor te komen so sal ider wel verdacht zyn van geduerichlick den andere van achteren uyt het vaarwater te blyven,

Actum int slants schip "de Liefde" in de Noort zee, den 1 Juny 1661

                                                                                      Michiel A. de Ruyter.

Capieyn Joost Verschuer                                                             w.g.
Vlaggencapiteyn.

 

 

Terug naar de vorige pagina