§ . Links . §


 

DRIEDAAGSE ZEESLAG, 
28 februari - 2 maart 1653

Bron.: www.ckplus.nl/ruyter.html

 

Admiraal Tromp verleent met z'n schepen konvooi aan een vrachtvloot uit de Middellandse Zee, als hij wordt aangevallen door de Britse vloot.

Na de zege op de Britse vloot bij Dungeness eind 1652 bleef de Nederlandse vloot onder bevel van luitenant-admiraal M.H. Tromp nog enkele weken kruisen voor de Engelse kust. Maar de Britse vloot waagde zich niet buitengaats waardoor de Nederlandse vloot in de gelegenheid was konvooi te verlenen aan een 150-tal koopvaarders op weg naar de Middellandse Zee. Bij de terugreis werden de Nederlanders op 28 februari 1653 echter opgewacht door een zeventig schepen tellende vloot onder bevel van de Britse admiraals Robert Blake, George Monk (1608-1670) en Richard Deane (1610-1653). Snel werd duidelijk dat in Engeland in enkele maanden tijd alles in het werk was gesteld om de vernedering van Dungeness zo snel mogelijk uit te wissen.

De eerste dag van de Driedaagse Zeeslag 
(Battle of Portland.)

Zodra de vijand was ontdekt gingen de Nederlandse smaldelen tot de aanval over. De Engelse schepen bleven in linie varen terwijl de Hollanders op hen af kwamen met de bedoeling hen te enteren. Maar de beter bewapende Britten wisten een groot aantal Nederlandse schepen zwaar te beschadigen alvorens de entertactiek in de praktijk kon worden gebracht. Al snel ontaardde de strijd in een bloedig gevecht waarbij aan diverse zijde zware verliezen werden geleden. Tromp zag kans om Blake’s schip drie maal de volle laag te geven, zodat het Engelse vlaggenschip nagenoeg reddeloos was geschoten. Commandeur Michiel de Ruyter veroverde een Engels schip, maar werd daarbij zo in het nauw gedreven dat vice-admiraal Jan Evertsen hem moest komen ontzetten. Diverse schepen gingen aan beide zijden verloren, totdat Tromp een aantal Britse fregatten koers zag zetten richting de onbeschermde koopvaardijschepen. Tromp zag kans zijn oorlogsschepen te hergroeperen en de fregatten te verjagen, maar met de strijd was het voor die dag gedaan. 

In de namiddag van de 19e vielen de Engelsen weer aan. Tromp had zijn vloot gegroepeerd in een verdedigende halve maan formatie om de koopvaarders te beschermen. In een achtervolgingsslag traden de Nederlandse oorlogsschepen op als een achterhoede van de koopv aardijvloot en konden voorkomen dat de Engelsen die formatie doorbraken. Tegen de avond begon het tekort aan muniktioe de Nederlanders echter parten te spelen.

Op 20 februari werd het gevecht hervat, en zagen de Engelsen kans de Nederlandse formatie te doorbreken en zich tussen de koopvaarders te begeven.
Bij het vallen van de nacht ging de Engelse vloot voor anker met de bedoeling de volgende dag de overwinning af te maken.
Met groot vakmanschap en behendigheid zag Tromp kans met zijn oorlogs- en koopvaardijvloten 's nachts te vluchten naar de ondiepten voor de Vlaamse kust, waar de Engelsen  hem niet durfden volgen.

De Nederlanders hadden echter 8 oorlogsbodems en 50 koopvaarders verloren.
De suprematie van de Engelsen ter zee, die na de nederlaag bij Dungeness verloren was gegaan, was hersteld, en het Kanaal was opnieuw gesloten voor al het Nederlandse scheepsverkeer.

(Zie ook: Mare Liberum. )   

                                                                                       Terug naar de vorige pagina