![]() |
![]() |
||||
Zodra
de vijand was ontdekt gingen de Nederlandse smaldelen tot de aanval
over. De Engelse schepen bleven in linie varen terwijl de Hollanders
op hen af kwamen met de bedoeling hen te enteren. Maar de beter
bewapende Britten wisten een groot aantal Nederlandse schepen zwaar te
beschadigen alvorens de entertactiek in de praktijk kon worden
gebracht. Al snel ontaardde de strijd in een bloedig gevecht waarbij
aan diverse zijde zware verliezen werden geleden. Tromp zag kans om
Blake’s schip drie maal de volle laag te geven, zodat het Engelse
vlaggenschip nagenoeg reddeloos was geschoten. Commandeur Michiel de
Ruyter veroverde een Engels schip, maar werd daarbij zo in het nauw
gedreven dat vice-admiraal Jan Evertsen hem moest komen ontzetten.
Diverse schepen gingen aan beide zijden verloren, totdat Tromp een
aantal Britse fregatten koers zag zetten richting de onbeschermde
koopvaardijschepen. Tromp zag kans zijn oorlogsschepen te hergroeperen
en de fregatten te verjagen, maar met de strijd was het voor die dag
gedaan. In de namiddag van de 19e vielen de Engelsen weer aan. Tromp had zijn vloot gegroepeerd in een verdedigende halve maan formatie om de koopvaarders te beschermen. In een achtervolgingsslag traden de Nederlandse oorlogsschepen op als een achterhoede van de koopv aardijvloot en konden voorkomen dat de Engelsen die formatie doorbraken. Tegen de avond begon het tekort aan muniktioe de Nederlanders echter parten te spelen. Op 20 februari werd het
gevecht hervat, en zagen de Engelsen kans de Nederlandse formatie te
doorbreken en zich tussen de koopvaarders te begeven. (Zie ook: Mare Liberum. )
|
|||||