![]() |
![]() |
||||||
|
. Bevrijding van 26 Hongaarse predikanten, die door de Oostenrijkse Keizer tot levenslang verblijf op de galeien te Napels waren veroordeeld. Op
14 februari 2006 werd - evenals in vorige jaren - in de Nieuwe Kerk te Amsterdam de bevrijding van
een twintigtal Hongaarse predikanten in 1676 door admiraal Michiel
Adriaanz. de Ruyter herdacht.
Besloten
wordt dat een kopie van de brief in handen gesteld wordt van de commissie
voor buitenlandse aangelegenheden. Zij zullen de kwestie van de Hongaarse
predikanten verder onderzoeken. Per
brief wordt ook luitenant-admiraal De Ruyter geïnformeerd over de
miserabele en droevige staat van de Hongaarse predikanten. Hij krijgt
opdracht om in overleg te treden met de commandant van de Spaanse galeien,
de prins van Montesarchio, en de Hongaarse predikanten zo spoedig mogelijk
van de galeien te verlossen. Via consul Van Dalen te Napels zal De Ruyter
de brief toegestuurd krijgen”. Dit
vergaderverslag roept direct de vraag op waarom de Staten-Generaal hun
admiraal inzetten om een aantal Hongaarse predikanten te redden van de
Spaanse galeien. Relatie
Nederland en Hongarije Ook
Michiel de Ruyter heeft aan de relatie Nederland-Hongarije zijn steentje
bijgedragen door in 1676 een aantal Hongaarse predikanten van de galeien
te bevrijden. Tijdens
de herdenkingsbijeenkomst in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, voor het
grafmonument van Michiel de Ruyter, werd
even stil bij zijn inspanning. Een groot
deel van de Hongaarse bevolking koos tijdens de godsdienstoorlogen van de
zestiende eeuw voor het protestantisme en tegen de rooms-katholieke
Habsburgers. In maart
1674 werden zo’n achthonderd protestantse predikanten naar een
gerechtshof te Pozsony ontboden, zelfs zij die in het door de Turken
bestuurde deel van Hongarije woonden. De uitdrukking ‘Liever Turks dan
paaps’ is aan deze episode verbonden. 336 van hen meldden zich bij het
gerechtshof. Zij werden allemaal beschuldigd van rebellie en ter dood
veroordeeld. Uit clementie stelde Leopold I
hen voor de keuze zich te bekeren tot het rooms-katholieke geloof
of te emigreren. Met behulp van dwang en foltering accepteerden de meesten
uiteindelijk Leopold's voorstel. 89 wezen echter zijn ‘genade’ af. 42
van hen werden tenslotte onder extreme omstandigheden lopend naar Napels
gebracht. 26 Hongaren kwamen op de galeien van de Spaanse onderkoning
terecht. Protesten
tegen deze gang van zaken door Zweedse, Deense en Duitse gezanten bij het
hof te Wenen mochten niet baten. Zelfs de invloedrijke Nederlandse
ambassadeur Hamel Bruynincx bereikte in Wenen bij Leopold I
niets. Zijn in opdracht van de Staten-Generaal geschreven Bevrijding
van de predikanten “De
vrijheid van de Hongaarse religieuzen is toegestaan”. Een dag
later liet hij hen gaan. De vlootpredikanten Westhovius en Viret haalden
hun collega’s op. Aan negen maanden galeien kwam een einde. Hun
aankomst is later door de Gerard Brandt, de biograaf van De Ruyter,
treffend verwoord: “Zy
quaamen in een jammerlyke gestalte in de Hollandtsche vloot, met
verscheurde kleederen, half naakt, met uitgemergelde lichaamen, afzienlyk
door builen en wonden; zoodat men ze niet zonder medoogen kon aanschouwen:
te meer, omdat daar onder waaren mannen grys van ouderdom, die door hun
deftig, bleek en vervallen weezen, eerbiedenis en erberming verwekten”. Zo
arriveerden zij op het admiraalsschip "De Eendracht". Hier werden zij
op het dek door De Ruyter ontvangen. Terwijl zij aan boord klommen, zongen
zij Hongaarse religieuze liederen. Uitvoerig werd hij door de 21
gereformeerde predikanten en rectoren en 5 lutherse predikanten bedankt.
Na een toespraak van de admiraal werden zij over de schepen van het
eskader verdeeld en kregen zij als opdracht mee: “Gaat
dan heenen, en doet uw best, een ieder by de zynen, dat gij, t’huis
koomende, een mooght zyn of worden, en ik zal nooit aangenaamer dank
ontfangen”. Enkele
dagen later schreef De Ruyter in zijn kajuit, naar later zou blijken, een
laatste brief aan zijn dochter Margaretha de Ruyter en zijn schoonzoon ds.
Bernardus Somer. Uitvoerig schetste hij daarin de lotgevallen van de
Hongaarse predikanten. Hij eindigde deze brief met de woorden: “’t
Is my van herten aangenaam, dat wy deze gevangenen so uyt de slavernie
hebben bekoomen”. Een van
de gestelde bepalingen bij de uitwisseling was dat de Hongaren niet meer
het Habsburgse grondgebied mochten betreden. Noodgedwongen maakten zij aan
boord van de Spaans-Nederlandse vloot de verdere zeeslagen mee. Het zou
nog maanden duren eer zij in de Republiek voet aan land konden zetten. Op 29
april 1676 overleed De Ruyter aan boord van de "Eendracht"
aan zijn
verwondingen die hij had opgelopen tijdens de Slag bij de Etna. Pas op 13
maart 1677 werd hij in de Nieuwe Kerk begraven.
Na afloop
van de Tweede Wereldoorlog vonden veel Hongaarse kinderen een gastvrij
onthaal bij Nederlandse gezinnen. Een grote vluchtelingenstroom kwam
opgang in 1956 na de communistische machtsovername. Veel Hongaren
vestigden zich toen definitief in Nederland. Deze
bijzondere band tussen Nederland en Hongarije zal nog lang blijven
bestaan. De kranslegging bij het grafmonument van onze grote admiraal zal
daar zeker toe bijdragen. Dr. Adri P. van Vliet, Directeur Instituut voor Maritieme Historie, te 's-Gravenhage, Onlangs
heeft de Hongaarse citer-speelster Edina Csüllög in de Nieuwe Kerk in
Amsterdam de liederen gezongen, die de bevrijde predikanten zongen toen ze
aanboord van de Ruyter's vlaggenschip klommen, ze begeleidde zichzelf op de
citer
Bronnen
De Admiraal drukte
hen op het hart de onderlinge tegenstellingen te overwinnen en te
beseffen, dat allen dezelfde God eerden, De God, die hun bevrijding
mogelijk gemaakt had. De bevrijding van mensen
die bij de Oostenrijkse overheersers gevangen waren vanwege verzetsdaden,
werd door de Hongaarse bevolking beschouwd als een allereerst succes in
hun eeuwenoude vrijheidsstrijd tegen de bezetting door de Habsburgse
keizer.
De voorwaarde dat zij
nimmer meer het grondgebied vanb een Habsburg mochten betreden leidde tot
een gedwongen ballingschap in Nederland. De meesten van hen hebben daar
ook asyl gekregen In de loop van de jaren hebben vertegenwoordigers van de Stichting bezoeken gebracht aan de Hongaarse gereformeerde Kerk gemeenschap aldaar, om deel te nemen aan de herdenkings-festiviteiten die daar worden georganiseerd. Bezoek
Debreczen 2001.
(325ste herdenking van
de bevrijding.)
|
|||||||