DE
MISLUKTE AANSLAG OP MARTINIQUE
door J.F. Nuboer KLTZE b.d. Koninklijke Marine.
Overste Nuboer heeft bij zijn onderzoek voor dit artikel voornamelijk
geput uit Franse bronnen.
Inleiding.
Admiraal
de Ruyter heeft de reputatie dat hij alle zeeslagen heeft gewonnen.
Het
is vrijwel onbekend dat de Admiraal in 1674, 3 jaar voor zijn dood,
een mislukte aanslag heeft gepleegd op het Franse eiland Martinique in
de Antillen.
Hieronder
volgt een korte beschrijving van deze actie in 1674.
Voorgeschiedenis.
Sinds
1672 was Nederland in oorlog met Engeland, Frankrijk, Munster en
Keulen. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, zoals Nederland
toen heette, bevond zich in een benarde situatie. Zoals wordt gezegd:
"De regering was radeloos, het volk redeloos en het land
reddeloos". Te land werden de vijandelijke troepen op afstand
gehouden doordat de dijken werden doorgestoken en het land onder water
werd gezet. Ter zee werden een aantal militaire successen geboekt
onder de bezielende leiding van Admiraal de Ruyter. In 1674 werd
besloten de Fransen offensief aan te tasten door middel van twee
verschillende militaire operaties.
Admiraal Cornelis Tromp
zou de
Franse kust blokkeren door o.a. het eiland Noirmoutier te bezetten en
Admiraal de Ruyter zou met een aanval op het eiland Martinique de
Franse bezittingen in de Antillen onder Nederlands gezag brengen.
Hiertoe werd in het diepste geheim een operatieplan opgesteld.
Admiraal
de Ruyter had de nodige maatregelen getroffen dat het plan niet bekend
werd gemaakt voordat de vloot op begin juni in volle zee was. Het
eskader bestond uit totaal 48 schepen, met omstreeks 4000 manschappen
en 3000 soldaten. Het is niet meer te achterhalen door wie en hoe het
plan tot de aanval aan de Fransen werd verraden. Feit is, dat het
snelle jacht "Hirondelle" de oceaan overstak en het
garnizoen op Martinique en de bevolking daar, totaal 5000 man, op de
hoogte stelde van de komende aanval, een maand voordat het eskader van
de Ruyter in zicht kwam. Alles was al in gereedheid gebracht om de
Ruyter "een warm onthaal" te bereiden.
Via
Tenerife stak de Ruyter de Oceaan over en bereikte hij het eiland
Martinique. Langs de kust varende waren er enige lieden van de wal
gehaald die bij ondervraging te kennen gaven dat het hele eiland reeds
in verregaande staat van verdediging was. Na rijpelijk beraad werd de
meest geschikte landingsplaats bepaald, bij de belangrijkste
nederzetting, Fort-Royal, die later is uitgegroeid tot de
tegenwoordige hoofdstad Fort de France. Het Nederlandse eskader werd
nog door windstilte opgehouden in het zicht van de wal en het kwam pas
op vrijdagochtend 20 juli ten anker in een baai die tegenwoordig de
Baie de Flamands wordt genoemd, op vrij grote afstand van de wal, in
verband met de ondiepten ter plaatse, ten Westen van een landtong waar
tegenwoordig nog de resten van het later gebouwde Fort St Louis te
zien zijn.
Er
werd besloten direct duizend man, verdeeld in drie groepen, naar de
wal te brengen, in sloepen die daartoe herhaaldelijk heen en terug
moesten varen. Het doel was het fort in te nemen. Dat lag naar alle
waarschijnlijkheid op dezelfde plek van het latere Fort St Louis, op
de landtong tussen de Baie du Carénage (destijds Cul de Sac genoemd)
en de Baie des Flamands. De Fransen hadden ruim de tijd gehad om de de
toegang tot de Cul de Sac, ten Oosten van het landtong, te blokkeren
met bomen, afgezonken schepen en vlotten. Een oud fregat, genaamd
"Les Jeux" lag samen met enkele koopvaarders achter deze
versperring. Het fort werd bezet door 400 man en 20 kanons en was
slechts door een steile weg omhoog te bereiken.
Admiraal
de Ruyter had de uitvoering van de operatie te land geheel overgelaten
aan kolonel Uyttenhove.
Reeds
voordat de eerste troepen aan land waren gezet vielen de eerste
slachtoffers door geweervuur dat vanuit de bosjes op de voorbijvarende
sloepen werd afgegeven, onder anderen de graaf van Stirum die bestemd
was om de eerste Nederlandse Gouverneur te worden....
Ten
Noorden van de landtong gekomen, kwamen de troepen in de met
rietsuiker beplante vlakte onder vuur te liggen van het fregat, dat
door de Nederlands schepen niet kon worden beschoten. Daar stonden
enkele loodsen waarachter dekking werd gezocht. In een loods werd een
grote hoeveelheid sterke drank aangetroffen!
Deze vondst kwam de gevechtskracht natuurlijk ook niet ten goede...
Kolonel Uyttenhove werd in het begin van de actie ernstig gewond en
moest weer naar boord worden
geroeid, hetgeen op de troepen een demoraliserend effect had. Het
vormen van een bruggenhoofd mislukte dan ook en het werd allengs
duidelijk dat deze actie een fiasco zou worden. Zodra hem duidelijk
werd dat de aanval op een mislukking zou uitlopen, heeft de Ruyter het
besluit genomen de aftocht te blazen en hij gaf opdracht de troepen
weer aan boord te brengen. Het getuigt van wijsheid dat hij niet
langer dan noodzakelijk de actie liet voortduren, hierdoor zijn ons
veel extra slachtoffers bespaard gebleven. Aan Nederlandse kant waren
er inmiddels al 143 doden en 318 gewonden te betreuren. Maar er waren
nog talloze andere redenen dat hij het opgaf. De meeste Nederlandse
aanvoerders waren buiten gevecht gesteld, aspecten van bevoorrading
(water en brandhout) van de vloot speelden ook een rol en het feit dat
er na een moeizame inname van het eiland met de gehele bevolking
problemen zouden zijn geweest.
De
Fransen konden niet geloven dat ze de aanval hadden afgeslagen. De
reputatie van de Ruyter was ook in Frankrijk dat hij schier
onoverwinnelijk was. De vreugde op het eiland was dan ook groot.
Slechts 20 doden waren er aan Franse kant gevallen.
Aan
boord van de "Zeven Provinciën" werd besloten naar het Spaanse
eiland Dominica te varen, om water en brandhout te laden. Daar kwam
het eskader aan op 23 juli. Er werd nog even overwogen om een ander
Frans eiland te overmeesteren, maar uiteindelijk werd daar ook van
afgezien, omdat het seizoen van de orkanen naderde en men bovendien
verwachtte dat vanuit Martinique dat eiland wel weer zou worden
heroverd. Martinique was het enige militaire doel van belang geweest
en er stond niets anders op dan de terugtocht te aanvaarden. De Ruyter
schreef in zijn journaal: "...en voort naer 't vaderlant, alsoo
hyer nyet voor ons te doen was en alle dagen den orykanen verwacht
wort"
De
Ruyter schreef eigenhandig het verslag van de mislukte actie aan de
Prins van Oranje. Dit verslag is op 8 augustus met een snel jacht
vooruit gestuurd naar de Prins en raadspensionaris Fagel, om te zorgen
dat het vaderland bij aankomst van de vloot reeds op de hoogte zou
zijn van het verloop van de actie. Het verslag is overigens integraal
in het boek van zijn biograaf Gerard Brand opgenomen. Na een moeizame
terugtocht kwam de vloot op 1 oktober op de rede van Goeree aan.
 |
Legenda
van het kaartje:
A:
Vermoedelijke ankerplaats van het
Nederlandse eskader
B:
Hoge rots met Fort St Louis
C:
Landingsplaats in de Baie des
Flamands
D:
Frans fregat "Les Jeux" met enkele
andere schepen
E:
Versperring van de Cul-de-Sac.
F:
Vlakte beplant met suikerriet
|
Terug
naar de vorige pagina.
|