Politieke en
sociaal-economische achtergronden
door: Dr.
R.B. Prud’homme van Reine
In
1607, toen De Ruyter werd geboren, waren de moeilijkste jaren van de
Tachtigjarige Oorlog met Spanje achter de rug. De Spaanse Armada was
in 1588 door de Engelse marine verslagen en door stormen vernietigd.
Het Staatse leger onder prins Maurits had aan het einde van de
zestiende eeuw een reeks steden veroverd na succesvolle belegeringen.
Raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt had de financiën op orde
gebracht en de Republiek een eenheid gemaakt.
Op
economisch gebied kreeg de Republiek een leidende rol in West-Europa.
Nederlandse kooplieden en schippers breidden hun handelsactiviteiten
uit naar Rusland, het Middellandse-Zeegebied, West-Afrika, de Caraïben
en Azië. Deze belangrijke rol in het wereldhandels- en
scheepvaartverkeer verschafte de Nederlandse nijverheid veel en
uiterst diverse grondstoffen. Ook kwam een modern banksysteem van de
grond. Uit de Zuidelijke Nederlanden en uit Duitsland kwamen duizenden
immigranten naar Holland en Zeeland. Zij stimuleerden verdere
economische groei. Het inwonertal steeg navenant van 1,2 miljoen in
1550 naar 1,5 miljoen in 1600 en 1,9 miljoen in 1650.
Om
zoveel mogelijk afbreuk te doen aan die groei viel Spanje Nederlandse
maritieme ondernemingen aan in de Noordzee, in het Kanaal, in de
Middellandse Zee en ook elders. Geregeld rustten de Spanjaarden grote
eskaders uit voor militaire en economische oorlogvoering ter zee.
Alleen
het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) onderbrak deze oorlogvoering tot
de Vrede van Munster in 1648. De Republiek raakte ook zijdelings
betrokken bij de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) in Duitsland en in
het Oostzeegebied. Een sterke zeemacht had de Republiek dus zeker
nodig.
Grote
politieke en godsdienstige onrust in Frankrijk en Engeland vanaf
omstreeks 1640 en strijd tussen de staten rond de Oostzee, maakten dat
de Republiek een vooraanstaande plaats in de Europese machtspolitiek
ging innemen. Klein en kwetsbaar bleef zij natuurlijk wel. Eigenlijk
zou het land enkele decennia boven zijn stand leven door volop aan de
Europese machtspolitiek mee te doen.
Volgens
de nieuwste inzichten beleefde de Nederlandse economie haar grootste
bloei in het derde kwart van de zeventiende eeuw. De vrede met Spanje
in 1648 betekende het einde van de handelsembargo’s. De Nederlandse
handel en scheepvaart met Spanje, het Caribische gebied en de
Middellandse Zee kwamen tot grote ontwikkeling. De VOC breidde haar
macht in Azië fors uit. De Nederlandse nijverheid werd in ruime mate
van grondstoffen voorzien om die tot eindproduct te maken. De eerste
twee Engelse oorlogen in de jaren vijftig en zestig stimuleerden de
opbouw van een grote en sterke oorlogsvloot enorm. Zij hadden geen
grote nadelige effecten. Franse protectionistische maatregelen vanaf
1667 hadden een veel schadelijker effect. Het Rampjaar 1672, toen
Fransen, Engelsen en troepen uit Munster en Keulen het land aanvielen,
gaf de economie een schok. De Republiek zag echter kans die te
doorstaan en de buitenlandse troepen werden na verloop van tijd van
het eigen grondgebied verdreven.
Pas
aan het einde van de zeventiende eeuw was de economische bloei echt
voorbij. De voortdurende Franse economische oorlogvoering was daaraan
vooral debet. De eerste grote schadelijke gevolgen waren de ondergang
van de handel met het Iberisch schiereiland en het verlies van de
Leidse lakenexport. Ten tijde van de Spaanse Successieoorlog
(1702-1713) kwam Spanje onder Franse invloed, waardoor het
handelsimperium van de Republiek geheel ondermijnd raakte. Toen ging
de Nederlandse economie werkelijk achteruit, in absolute en relatieve
zin.
Terug
naar de vorige pagina.
|