Gerard Callenburgh
(1642 -- 1722.)
 |
Gerard
Callenburgh
6 april 1642 -- 8 oktober 1722.
Rijksmuseum,
Amsterdam.
|
Hij was een typisch product van de
leerschool zoals de Ruyter die op de vloot gemaakt had; en volgde zijn grote leermeester op de voet.
In 1661 kwam Callenburgh als adelborst in dienst op het schip van de Ruyter, en maakte alle grote zeeslagen in de
Tweede Engelse Oorlog
mee. In 1666 werd hij benoemd tot Luitenant en in 1672 werd hij op speciaal verzoek van de Ruyter als Luitenant benoemd a/b
"De Zeven Provinciën" en maakte met hem de
Slag bij Solebay
mee.
Na een periode in het leger, tegen Lodewijk XIV kwam hij in 1673 weer bij de vloot, ditmaal als Vlaggen-kapitein op de
“Maagd van Dordrecht” van
Schout-bij-Nacht van Nes.
In die hoedanigheid vocht hij mee in de Slagen van Schooneveld en
Kijkduin.
In 1674 koos de Ruyter hem, onder het passeren van vele oudere officieren, als Vlaggenkapitein op
“De Zeven Provinciën"
Toen de Ruyter in 1675 naar de Middenlandse Zee vertrok, volgde Callenburgh hem, ditmaal als vlaggen-kapitein a/b
“De Eendragt” In 1676 werd de Ruyter tijdens de Slag bij de Etna dodelijk verwond en Callenburgh nam het bevel over de vloot over. Later werd
de Haen
als commandant van het eskader aangesteld en kreeg Callenburgh – tijdelijk – de rang van vice-admiraal.
Op 1 juni 1676 kwamen de Nederlanders in gevecht met de Fransen in de baai van Palermo en de Haen sneuvelde. Callenburgh nam
opnieuw het commando over van het Nederlandse eskader dat toen nog maar
14 schepen telde. Hij wist de sterkere Franse vloot van 60 schepen met een handigheid te omzeilen en voer naar Napels voor noodzakelijke herstel werkzaamheden.
In 1678 vertrok een nieuw Nederlands eskader onder
Cornelis Evertsen de Jonge
weer naar de Middenlandse Zee en Callenburg was weer – als gewoon kapitein – aan de vloot toegevoegd.
Nu kwam een periode waarbij Callenburgh enige tijd aan de wal bleef, hij werd o.a. lid van de vroedschap en enige malen als burgemeester van Vlaardingen gekozen. Hij bleef echter in dienst van de marine.
In 1683 vertrok hij als vlaggenkapitein van Luitenant-admiraal Schepers op
“De Vrijheid” naar Zweden. Bij de terugreis kwamen 8 schepen tot zinken in een zware storm, maar Callenburgh wist zijn schip te redden. In 1687 droeg Willem III hem op om BIJ San Domingo een gezonken Spaans galjoen te bergen waar zich een grote zilverschat a/b zou bevinden. Hij slaagde in de opzet, maar trof geen schat aan.
In 1688 ondernam Willem III een staatsgreep – “The Glorious Revolution” - tegen de Engelse Koning Jacobus II en werd koning van Engeland. Callenburg commandeerde een schip in de invasievloot. De Nederlandse
en Engelse vloot werkten vanaf die tijd nauw samen, al moest steeds en Engelse vlagofficier het oppercommando hebben van alle gezamenlijke operaties.
 |
De
invasievloot waarmee Willem III op 10-15 november 1688 naar
Engeland voer om in de "Glorious Revolutien" Jacobus
II van de troon te stoten en Koning van Engeland te worden.
De vloot stond onder Engels oppercommando en telde 47 linie- en
300 transportschepen. Verdeeld over drie eskaders.
(Atlas van Stolk.
2734.) |
Op 10 juli 1690 kwam het tot een treffen tegen de Franse vloot en de gecombineerde Engels/Nederlandse vloot in de Slag bij Bévesier, waarbij het Nederlandse eskader de voorhoede vormde en onder bevel stond van
Corlenis Evertsen de Jongste.
Het omvatte 22 schepen.
Aanvankelijk wisten de Nederlanders de Fransen terug te drijven, maar omdat de
Engelse opperbevelhebber Herbert, Graaf van Torrington, weigerde de Nederlanders
te hulp te komen toen hij de Franse overmacht in het centrum ontwaarde, werd het Nederlandse contingent omsingeld en leed ernstige verliezen. Door te ankeren en de Fransen
door de stroming voorbij te laten varen, waarna die door de windstilte niet meer terug konden
komen naar de Nederlanders ontkwamen Evertsen en Callenburgh aan de algehele slachting. De volgende dag kwamen de Fransen echter alsnog achter de Nederlanders aan en weigerde Torrington andermaal te hulp te komen. Een dreigende muiterij werd door Callenburgh persoonlijk in de kiem gesmoord door te roepen dat hij
“Iedereen die zou deserteren met een rapier zou doorsteken of met een pistool de kop zou
afschieten” Ditmaal stelde een gunstige wind hem in staat te ontkomen.
In 1692 kon de Engels/Nederlandse vloot de hegemonie op zee weer heroveren in de Slag bij La Hougue. Callenburg was in dat treffen Vice-admiraal van de Maze en het Nederlandse eskader stond onder commando van Philips van Almonde.
In 1694 voer Callenburgh op “De Beschermer” onder admiraal Russell naar
de Middenlandse Zee waar ze Barcelona op de Fransen veroverden. (dit
schip speelde ook een belangrijke rol in de
Tocht
naar Chatham.
Het wordt in de literatuur ook wel "De Bescherming"genoemd.)
In 1699 werd Callenburgh benoemd tot luitenant-admiraal bij het Noorderkwartier en voer hij in 1702 als commandant van het Nederlandse
eskader in de gecombineerde vloot naar de Middenlandse Zee en
veroverde op 4 augustus 1794 Gibraltar op de Fransen.
In 1709 werd Callenburgh luitenant-admiraal bij de admiraliteit van Amsterdam en in 1711 bij de Maze, waardoor hij feitelijk het oppercommando over de gehele Nederlandse oorlogsvloot kreeg. Hij is als zodanig echter nooit meer in actie
gekomen.
Op 8 oktober 1722 overleed hij met 80 jaren.
Schepen
die naar Gerard CALLENBURGH vernoemd werden.
1939
Totpedobootjager (dit schip in nimmer in de Koninklijke Marine in
dienstgesteld.)
1979 Standaardfregat.
Terug
naar de vorige pagina.
|