§ . Links . §

 

 


Cornelis EVERTSEN de Jongste, (bijgenaamd Keesje de Duivel).
 (1642 -- 1706.)

Tweede zoon van Cornelis (de Oude), onderscheidde zich in april 1665 als kaperkapitein in een gevecht tegen Engelsen koningsschepen en werd na de Slag bij Lowestoft (1665) vlaggenkapitein van zijn vader. Na diens sneuvelen in de Vierdaagse Zeeslag (1666) commandeerde hij tot het eind van de slag het Zeeuwse vlaggenschip. In die slag sneuvelde zijn vader.  In 1673 ontmoette hij, geheel bij toeval, in de West-Indische wateren het eskader onder Jacob Binckes, Zij besloten hun vloten samen te voegen en op 8 juli van dat jaar veroverden zij St. Eustacius na een korte slag  later werd ook Nieuw-Nederland ingenomen. In 1979 werd hij als opvolger van zijn neef Cornelis (de Jonge) vice-admiraal, en in 1688 luitenant-admiraal van zijn gewest, maar de voor een Zeeuw ongewone eer van het opperbevel over de Nederlandse vloot, die hem in dat jaar ten deel viel, werd te niet gedaan doordat hij tijdens en na de overtocht van Willem III naar Engeland, Engelse vlootvoogden boven zich gesteld kreeg. Evertsen is vooral beroemd geworden door de Slag bij Beachy Head (1690) toen hij, door de Engelsen onder Torrington, in de steek gelaten, de Nederlandse vloot tegen een Franse overmacht verdedigde en grotendeels wist te redden. Na 1690 aan de expeditie tegen Cork in Ierland te hebben deelgenomen werd hij, ten behoeve van de Hollander Philips van Almonde van het opperbevel ontheven. De naijver tussen Holland en Zeeland alsmede competentiekwesties met de Engelse vlootvoogden waren daarvan de oorzaak. 

Cornelis EVERTSEN de Jongste.  
(16/11- 1642 --  16/11-1706.)

De volgende schepen werden EVERTSEN genoemd, hiermee kan dus iedere Evertsen bedoeld zijn.

1803   Canonneerschoener.
1808   Linieschip.
1857   Fregat.
1896   Pantserschip.
1928   Torpedobootjager.
1946   Torpedobootjager.
1967   Fregat.
2004   Luchtverdedigingscommandofregat.

 

Terug naar de vorige pagina.