Cornelis TROMP (1629 - 1691.)
Op grond van de grote verdiensten van zijn vader, was de jonge Tromp niet onopgemerkt gebleven, maar hij bleek zelf ook een persoonlijkheid en een kundig zeeofficier. Op 20-jarige leeftijd werd hij al kapitein. Hij
streed mee in een aantal slagen van de Eerste Engelse Oorlog, bij Elba (1652) en bij Livorno (1653) tijdens deze laatste slag verloor hij zijn schip aan de Engelsen, maar wist zich zwemmend te redden.
Hij onderscheidde zich door zijn weergaloze, aan doldriestheid grenzende, moed en strijdlust, hij streefde naar spectaculaire acties, een ongemakkelijk, eigenzinning, arrogant, ongedisciplineerd en zorgeloos man. Hij had van zijn vader echter diens groot tactisch inzicht en kennis van zeezaken over genomen. Na de
Slag bij
Lowestoft, (1665)
waarin
Van Wassenaer van Obdam
sneuvelde, wist hij de zwaar gehavende vloot veilig binnen te brengen.
Nadat De Ruyter in 1665 van zijn reis naar Afrika's westkust en het Caribisch gebied met de Hollandia in Delfzijl terugkeerde, uitbundig werd binnen gehaald en benoemd werd tot Luitenant-Admirael-Generael, kwam C. Tromp onder De Ruyter te staan. Hierdoor was hij hevig gekwetst en ging hij steeds eigenmachtiger optreden hij trok zich niets aan van de discipline die De Ruyter juist zo hoog in zijn vaandel had staan en als ruggegraat van zijn vlootbeheersing beschouwde. Dit leidde in de
Vierdaagse Zeeslag
al tot conflicten, maar in de
Twee-daagse zeeslag,
die als gevolg van zijn ongehoorzaamheid aan De Ruyter's bevelen door de Nederlanders verloren werd was de maat vol en werd hij ontslagen en ontstond een vete tussen de beide mannen. Tromp bleef ruim 6 jaar aan de wal, maar
Stadhouder Willem III wist , na het rampjaar en in het zich van een alles beslissende slag tegen de Engelsen en Fransen, in 1673 met veel moeite een verzoening tussen Tromp en De Ruyter te
bewerkstelligen, o.a. door Tromp in het geheim te beloven dat hij de
Ruyters opvolger als Lt-Adm,.Generael zou worden. Hij werd benoemd tot Bevelhebber onder De Ruyter van het tweede eskader in de Slagen bij Schooneveld en
Kijkduin, waarin hij zich manmoedig gedroeg en voor een groot deel verantwoordelijk was voor de uiteindelijke overwinning. Hij was in ongenade gevallen toen hij tijdens de Twee-daagse zeeslag de hoofdmacht verlaten had in een poging het eskader van de Engelse admiraal
Edward Spragg
aan te vatten. In de
Slag bij kijkduin kwam hij weer tegenover die tegenstander te staan en werd toen door de tijdige komst van De Ruyters eskader van een strijd tegen een grote overmacht behoedt. Uiteindelijk zouden de beide admiraals het vanaf verschillende vlaggenschepen tegen elkaar blijven uitvechten, tot Spragg bij de zoveelste vlaggenschip-wisseling omkwam en verdronk.
Tromp trad later in dienst van de Koning van Denemarken en versloeg andermaal de Zweden bij Oland. Hoewel hij na De Ruyters dood in 1676 tot opvolger en Luitenant-Admirael-Generael benoemd was, kwam hij als zodanig nooit in actie.
Hij stierf thuis in bed.
 |
 |
| Cornelis TROMP |
(1629 - 1691.) |
Vanaf
deze datum werden de schepen slechts met "TROMP"
aangeduid, in het midden latend of MAARTEN Tromp of diens zoon,
CORNELIS Tromp bedoeld wordt.
1936 Flottieljeleider/Lichte Kruiser.
1975 Geleide Wapenfregat.
2004 Luchtverdedigingscommandofregat.
Terug
naar de vorige pagina.
|