Johan EVERTSEN
(1600 -- 1666.)
Als zoon
van een commandeur bij de Zeeuwse admiraliteit, en kleinzoon van een
watergeus, kwam hij als heel jong bij zijn vader aan boord. In 1617
sneuvelde zijn vader en diens 5 zoons werden allen door de
admiraliteit van Zeeland tot luitenant benoemd als eerbetoon aan de
overleden commandeur.
Een jaar later commandeerde de 18-jarige Johan al een oorlogsschip. In
1625 vocht hij in de vloot onder luitenant-admiraal Willem de Zoete
voor La Rochelle twee zeeslagen tegen de Franse Hugenoten. In 1626 en
1627 was hij de ondercommandant onder vice-admiraal Reaal in een
expeditie naar Afrika's westkust. In 1628 werd hij bevorderd tot
Schout-bij-Nacht en kreeg het commando over een eskader. Zijn eerste
opdracht was het binnenloodsen van de door
Piet Heyn
veroverde
zilvervloot hetgeen hij met slechts 4 schepen tegen een overmacht van
Duinkerker kapers succesvol deed. Op 12 en 13 september 1631 wist een
Zeeuws eskader onder vice-admiraal Hollare en Schout-bij-Nacht Johan
Evertsen een Spaanse vloot te vernietigen die trachtte het eiland
Goeree te bezetten.
De
volgende jaren stonden in het teken van het bestrijden van de
Duinkerker kapers. Hoewel de Zeeuwse vloot zwak en slecht uitgerust
was, slaagde Evertsen erin om vele successen te boeken, w.o. het
gevangen nemen van de meest beruchte Duinkerker admiraal Collaert.
In 1637 werd hij benoemd tot vice-admiraal In de gecombineerde
Nederlandse vloot stond Evertsen onder het bevel van
Maarten Tromp
met
wie hij goed kon opschieten. In de Slag bij Duins onderscheidde hij
zich zeer bijzonder door het enorme Portugese admiraalsschip "Santa
Tereza" met 1000 opvarenden tot zinken te brengen. 800 man
verdronken daarbij.
In de
Slag
bij Ter Heijde
sneuvelde M.H. Tromp en was Evertsen op grond van rang
en ancienniteit de aangewezen man hem op tye volgen. De Hollandse
admiraliteit weigerde echter een Zeeuw in die functie te benoemen. In
zijn hele verdere carrière heeft die animositeit tussen Holland en
Zeeland hem bij meerdere gelegenheden belet de hoogste commandant in 'sLandts
Vloot te worden, waarhij door zijn bekwaamheid zeker voor in
aanmerking kwam. De opvolger van Tromp werd
Kortenaer
die als tweede
man was aangewezen. Kortenaer sneuvelde echter ook en Eversten nam het
oppercommando op zich, maar toen was er geen eer meer te behalen
Eversten kwam voor de krijgsraad, maar werd vrijgesproken, maar kreeg
wel leeftijdsontslag. Hij bemoeide zich met de uitrusting van de
Zeeuwse vloot, die zich goed weerde in de
Vierdaagse Zeeslag.
Het feit
dat de commandant van het Zeeuwse eskader,
Cornelis Evertsen de
Oude,
sneuvelde maakte die functie weer vacant. Johan werd weer van stal
gehaald en als luitenant-admiraal in 1666 herbenoemd tot bevelhebber
van de Zeeuwse vloot. Zo voegde hij zich bij en onder Michiel de
Ruyter, die het opperbevel had over de gecombineerde vloot. Weliswaar
was de Ruyter ook een Zeeuw, maar als vice-admiraal van de
admiraliteit van Amsterdam, wel aanvaardbaar voor de Hollanders,
Johan
Evertsen hees zijn vlag op de "Walcheren" een modern
nieuw schip van 70 kanons en 380 bemanninsleden.In de Tweedaagse
Zeeslag
commandeerde hij de voorhoede. De houding van
C. Tromp
en
daardoor de ernstig verzwakte Nederlandse vloot was niet tegen de
Engelsen opgewassen De voorhoede weerde zich als leeuwen maar toen
Tjerk Hiddes sbneuvelde en
Banckert
zijn schip verloor, moest Evertsen
zich terug trekken. In de laatste uren van de 4e augustus, de eerste
dag, werd hem een been afgeschoten en hij overleed de volgende
dag aan zijn verwondingen.
 |
Johan
EVERTSEN
(1 februari 1600 -- 5 augustus 1666.) |
De
volgende schepen werden EVERTSEN genoemd, hiermee kan dus iedere
Evertsen bedoeld zijn.
1803
Canonneerschoener.
1808 Linieschip.
1857 Fregat.
1896 Pantserschip.
1928 Torpedobootjager.
1946 Torpedobootjager.
1967 Fregat.
2004 Luchtverdedigingscommandofregat.
Terug
naar de vorige pagina.
|