§ . Links . §

 

 


Lijst van schepen,  in de Koninklijke Marine met de naam
"De Ruyter" 

1.      Adviesjacht. (1665).

2.      Linieschip “Admiraal de Ruyter” (1778 – 1799.)

Behorend trot de admiraliteit van Amsterdam, bewapend met 68 stukken, (26 van 24 pd.,26 van 18 pd., 16 van 8 pd., ofwel 610 pd. aan kogels uit één laag schietend

Het schip nam, - nog voor het officieel in dienst gesteld was, -  als vlaggenschip van Schout-bij-Nacht Zoutman en onder commando van de vlaggenkapitein Staringh, op 5 augustus 1781 deel aan de Slag bij Doggersbank. Met een eskader bestaande uit 3 linieschepen en 4 fregatten konvooieerde men 71 koopvaarders en het kwam tot een treffen met het Engelse eskader, onder admiraal Hyde-Parker, dat uit evenveel, doch zwaarder bewapende schepen bestond. De strijd bleef onbeslist, maar de Engelsen slaagden er niet in de Nederlandse koopvaarders te nemen, dus in dat opzicht kan dit treffen als ‘geslaagd’ worden beschouwd.  

Plan van den Zeeslag tusschen de Engelse scheepsmagt onder Admiraal HYDE-PARKER en  het Hollandsch eskader onder Schout-bij-Nacht J.A. ZOUTMAN. 
Het vlaggenschip van ZOUTMAN was de "Admiraal de Ruyter", net drie jaar oud,
 het derde schip in de linie. Het originele verslag van SbN Zoutman van dit treffen, bevindt zich onder Nr. 49 in de
Bibliotheek.

Van 1793 – 1795 maakte het schip een reis naar de Middellandse Zee onder Vice-Admiraal Reynst om de Barbarijse zeerovers te tuchtigen. Het schip bleef in diverse tochten actief bij het beschermen van koopvaarders, tot het bij de vestiging van de Bataafse Republiek aanvankelijk het vlaggenschip werd van Admiraal De Winter. Die verplaatste zijn vlag echter naar "De Vrijheid", waardoor de “Admiraal De Ruyter” niet meedeed met de Slag bij Kamperduin waarbij de Nederlandse vloot in 1797 geheel werd vernietigd door de Engelse vloot onder Admiraal Duncan. In 1799 was het schip onder commando van KtZ J. Huys onderdeel  van het laatste overblijfsel van de Bataafse vloot onder Admiraal Story. Toen de Engelse vloot onder Admiraal Mitchell en met de erfprins (de latere Koning Willem I) verscheen bleek het zeevolk niet bereid te vechten en gaf Story zich over. De schepen van het Bataafse eskader werden naar Engeland opgebracht en deels ter beschikking gesteld van de Prins. Zo niet de “Admiraal De Ruyter” die werd op 30 Augustus 1799 aan de Engelsen overgedragen, waar het onder de naam “Admiraal de Ruyter” dienst deed bij de Britse Marine.

Het schip is in 1804 bij Antigua, onder Captain Beckett, in het Caraïbische gebied, vergaan.
(Van dit schip zijn geen afbeeldingen beschikbaar)

3.         Linieschip “De Ruyter” (1808 – 1818.)

Koning Lodewijk Napoleon heeft in 1806, tijdens een bezoek aan de werf te Amsterdam, een schip terwijl het op stapel stond  “De Ruyter” gedoopt. Op dat moment stond er echter al een “De Ruyter” in Rotterdam op stapel, dat toen werd omgedoopt tot “Piet Heyn”

Het werd in 1812 voor het eerst in dienst gesteld als Frans schip, onder Admiraal Verhuëll in Nieuwediep. Nederland had haar onafhankelijkheid verloren, het schip was dus feitelijk Frans. In 1813 maakte het een reis naar Plymouth om victualiën te brengen aan een eskader onder SbN Tulliken dat bestemd was voor de Middenlandse Zee. Toen het schip echter terugkwam was Napoleon verslagen en had Nederland zijn onafhankelijkheid weer terug. Tijdens de bouw was er niet nauwkeurig op de kwaliteit gelet en de schepen die in de Franse tijd in Nederland gebouwd waren, waren van zeer slechte kwaliteit.
Bewapening bestond uit 80 stukken geschut.
Op 29 Oktober 1815 vertrok het schip in een eskader bestaande uit een viertal linieschepen, w.o. dus de "De Ruyter", en drie fregatten onder SbN Buyskens van de Rede van Texel naar Nederlandsch Indië.

In 1816 werd het linieschip afgekeurd voor actieve dienst in de Nederlanse marine en overgedragen aan de koloniale marine, waar het als wachtschip te Soerabaja werd ingezet.

In 1818 werd het aldaar gesloopt.

       Linieschip “De Ruyter” (1808 – 1818)  

Collectie Instituut voor Maritieme Historie
Koninklijke Marine.

                  

3.      Linieschip “De Ruyter” (1853 – 1874.)

Bewapend met 74 stukken geschut.
De kiel van het schip werd in 1831 op de rijkswerf te Vlissingen gelegd.

In 1850 werd het tot een fregat van 54 stukken geschut geraseerd en in 1854 tenslotte in dienst gesteld als “Zr.Ms. De Ruyter  onder commando van KtZ F.A.R. ’t Hooft.  Het maakte tot 1859 enige reizen naar de Middenlandse Zee, naar Oost-Indië, en naar Oost-Azië. Bij één van die reizen maakte het schip, dat door ziekte van de commandant en de eerste officier onder bevel stond van LtZ I. J.H. van Capellen, bij het binnenlopen van Toulon een zodanig bijzondere manoeuvre, dat het hele Franse eskader vol bewondering was en de hoogste Franse vlootvoogd, die getuige was van het binnenlopen de jonge – toevallige – commandant grote lof toezwaaide.

In 1859 werd het tijdelijk uit dienst gesteld en in 1860 op de werf te Hellevoetsluis voorzien van stoomvermogen, waarbij de bewapening werd verminderd tot 45 stukken.
an 1862 tot 1865 werd het schip verbouwd tot gepantserde stoombatterij met een bewapening van 14 60-ponder kanons. Het deed dienst als drijvende batterij voor de Scheldemonding. In 1870 werd het voor het laatst uit dienst gesteld en in 1874 ging het te Willemsoord ter ziele.

                             Linieschip “De Ruyter” 
                                            (1853 – 1874) 

Collectie Instituut voor Maritieme Historie
Koninklijke Marine.

 

5.         Schroefstoomschip 1e Klasse “de Ruyter” (1880 – 1899.)

Werd in 1879 in Amsterdam gebouwd en in 1885 voor het eerst in dienst gesteld, onder KtZ Jhr T.E. de Brauw.
Het schip maakte meteen een  reis naar Oost-Indië, waarbij voor het eerst gekozen werd voor een route door het Suezkanaal. De tocht werd echter een lijdensweg door een onbekend euvel aan de machine. Dat werd pas later in de onderhoudswerf te Onrust in de Baai van Batavia ontdekt en verholpen. In Indië maakte het deel uit van het auxiliair eskader Maar voor dat de reparatie aan de motor verholpen was, werd het schip ingezet in een actie bij Atjeh. Het werd daarna  o.a. ook nog ingezet bij een expeditie naar het eiland Lombok.

In 1889 werd het schip naar Brazilië gestuurd om er onze handel te beschermen, terwijl de Brazilianen er hun revolutie uitvochten, waar Nederland zich echter niet mee bemoeide. In 1896 vertrok het schip opnieuw naar de Oost, waar het wederom deel uitmaakte van het auxiliair eskader. Het werd daar nog ingezet voor humanitaire hulp aan het door een aardbeving zwaar getroffen eiland Ambon. Na terugkeer in Nederland in 1899, werd het van de sterkte afgevoerd en in 1900 voor de sloop verkocht.

                                  Schroefstoomschip 
                             1e Klasse “
de Ruyter”
                                       
    (1880 – 1899)
 

Collectie Instituut voor Maritieme Historie
Koninklijke Marine.

 

6.         Pantserschip “De Ruyter” (1901 – 1924.)

Op 12 Mei 1900 werd de kiel gelegd, voor wat Hr.Ms. Pantserschip “De Ruyter” zou worden, op 28 September 1901 vond om 16.00 uur ’s middags bij hoog water de tewaterlating plaats.

Het had een gebogen pantserdek van 50 mm dat tot 1.30 m onder de waterlijn doorliep. Op dit pantserdek rustte een nikkelstalen gordelpantser van 100 tot 150 mm dik dat tot 0,6 m boven de waterlijn doorliep. De bewapening bestond uit 2 snelvuurkanons van 24 cm.ieder in een eigen gepantserde toren. Op resp. voor- en achterdek. Voorts had het nog 4 snelvuurkanons van 15 cm. 10 van 7,5 cm. 2 mortieren van 7,5 cm. en nog 4 kanons van 3.7 cm. Tenslotte had het schip nog 6 torpedo’s die in 3 lanceerbuizen kunnen worden afgevuurd. Dit alles haalde met 2 triple expansie stoommachines een max. snelheid van 16 knopen.

Het schip had voor het eerst elektrische verlichting, waterdichte schotten, en geforceerde koeling door 2 ventilatoren. 
Het schip werd op 29 Oktober 1902 officieel in dienst gesteld door KtZ A.C. van der Sande Lacoste, die ook haar eerste commandant was.

Het schip ondernam reizen naar Oost-Indië en West-Indië. In Oost-Indië maakte de Hr.Ms.
De Ruyter"  deel uit van het  Nederlandse eskader en nam o.a. deel aan de Boni-expeditie in 1905 en aan de expeditie tegen Bali in 1906.
Bij de herdenkinjg van de 300ste geboortedag van de Ruyter in 1907 werd door de commandant namens het schip een verzilverde krans op de kist van de Ruyter in de Nieuwe Kerk te Amsterdam gelegd. Deze krans bevindt zich daar nog steeds.
In 1918 en 1919 was het wederom het vlaggenschip van het Nederlands eskader in Nederlandsch Oost-Indië.

In 1919 werd het in Nederland uit dienst gesteld en in 1924 op de Rijkswerf te Den Helder verkocht.

                         Pantserschip “De Ruyter” 
                                            (1901 – 1924)  

Collectie Instituut voor Maritieme Historie
Koninklijke Marine.

 

7.         Torpedobootjager “De Ruyter” (1926 – 1934.)

In 1928 vertrok het schip naar Nederlandsch Oost-Indië.

Op 1 Oktober 1934 werd het herdoopt in Hr.Ms. Van Ghent” in verband met het feit dat een kruiser op stapel stond bij de werf van Wilton-Feijenoord te Rotterdam, die de naam De Ruyter” zou gaan dragen.

                Torpedobootjager “De Ruyter” 
                                            (1926 – 1934)  

Collectie Instituut voor Maritieme Historie
Koninklijke Marine.

 

8.          Kruiser “De Ruyter” (1933 – 1942.)

In 1933 werd te Schiedam de kiel gelegd voor een kruiser, die in 1934De Ruyter” werd genoemd. Op 3 oktober 1936 werd Hr.Ms. De Ruyter”  in tegenwoordigheid van H.M. Koningin Wilhelmina in dienst gesteld door KtZ A.C. van der Sande Lacoste, kleinzoon van de eerste commandant van het pantserschip Hr.Ms. De Ruyter.

In 1937 zette het schip koers naar Nederlandsch Indië waar zij het vlaggenschip werd van het Nederlands eskader. Na het uitbreken van de oorlog in Nederland op 10 Mei 1940 heeft het schip tot December 1941, toen de Japanners de strijd in het Verre Oosten begonnen, konvooidiensten verricht in de Indische Oceaan en in het Zuidwestelijke deel van de Stille Oceaan.

Op 3 Februari 1942 werd de Nederlandse Schout-bij-Nacht K.W.F.M. Doorman belast met het commando over een Striking Force, die was samengesteld uit geallieerde schepen.Hr. Ms.De Ruyter” heeft als vlaggenschip van deze Striking Force en onder commando van KLtZ Lacomblé deelgenomen aan acties bij Kangean op 4 Februari 1942; bij de Gasparstraten op 14 en 15 Februari 1942; en aan het gevecht bij Straat Badung op 19 Februari 1942 en tenslotte, op 27 Februari 1942 aan de Slag in de Javazee, waar het schip ten onder ging..

Hr Ms Kruiser
"De Ruyter"
1933 - 1942.

Tijdens deze slag werd de kruiser om 23.34 uur door torpedo’s van de Japanse zware kruiser Haguro” getroffen en zo zwaar beschadigd, dat zij ongeveer 1½ uur later zonk in positie 06° 11’ zuid, 112° 08’ oost. De Eskadercommandant SbN Doorman en zijn vlaggenkapitein 
KLtZ . Lacomblé gingen met hun schip ten onder.  

Scheepsbel van de Kruiser "de Ruyter" geborgen van het wrak in de Javazee, dat tot oorlogsgrqaf verklaard werd. Deze scheepsbel hangt in het voorportaal van de Kloosterkerk te 's Gravenhage.
               
Schout bij Nacht
K.W.F.M.Doorman RMWO
Eskadercommandant a/b "De Ruyter"
tijdens de Slag in de Javazee.


Kapitein Luitenant ter Zee
E.E.B. Lacomblé   RMWO.
Laatste commandant  "De Ruyter"
tijdens de Slag in de Javazee.

 

9.          Kruiser “De Ruyter” (1939 – 1972.)  
            
Zie: BIBLIOTHEEK Nr.: 62.

In 1939 werd te Schiedam de kiel gelegd van een kruiser, die aanvankelijk De Zeven Provinciën” werd genoemd. Na de Duitse bezetting in Mei 1940 werd de bouw langzaam voortgezet, doch later, op last van de bezetter, gestaakt. In 1944 werd het casco te water gelaten met de bedoeling het te gebruiken als  versperring van de Nieuwe Waterweg; dit plan werd echter niet uitgevoerd.

Na de bevrijding van Nederland werden er door de marinestaf nieuwe eisen opgesteld waar het schip aan diende te voldoen. In 1946 werd opdracht gegeven de kruiser volgens de gewijzigde plannen af te bouwen; het werd daarbij op 22 augustus 1950 herdoopt in De Ruyter” Op die dag liet namelijk H.M. Koningin Juliana in Rotterdam de kruiser De Zeven Provinciën” te water, welk schip in haar aanbouwfase, tot die datumDe Ruyter” heette.

Op 18 November van dat jaar werd de De Ruyter” in dienst gesteld in tegenwoordigheid van H.M. Koningin Juliana.
Hoofdbewapening: Dubbeltorens met 8 kanons van 6". 8 x 57mm snelvuurkanons eveneens in dubbelopstelling; 8 x 40 cm mitrailleurs in enkelopstelling; 2 dieptebomrails.
Voortstuwing: 2 De Schelde/Parsons turbines 85000 pk max. snelheid 32 knoop.
Bemanning: 926.

In het najaar 1955 maakte het schip een reis naar de Nederlandse Antillen waar H.M. Koningin Juliana en ZKH Prins Bernhard aan boord van de kruiser eilanden en plaatsen in de West bezochten. Tot de laatste uitdienststelling op 13 Oktober 1972 is het schip ingedeeld geweest in zowel smaldeel 5, als smaldeel 1, en heeft ondermeer als vlaggenschip gediend van deze smaldelen en sinds 1 januari 1971 van het eskader.

Na de uitdienststelling in 1972 is het schip op 7 Maart 1973 voor 22½ miljoen gulden verkocht aan de regering van Peru, waar het op 23 Mei 1973 als Almirante Grau” in dienst werd gesteld.

 Kruiser “De Ruyter” (1939 – 1972.)  

Collectie Instituut voor Maritieme Historie Koninklijke Marine.



10.            Geleide Wapenfregat  Hr.Ms. “
De Ruyter” (1976 – 2001.)

In de zestiger jaren van de vorige eeuw werd besloten gedurende de zeventiger jaren de beide kruisers Hr. Ms. De Ruyter” en Zeven Provinciën” te vervangen. In 1968 was het ontwerp gereed en. Op 22 december 1971 werd bij de Koninklijke maatschappij “De Schelde B.V.” de kiel gelegd voor het tweede geleide wapenfregat. Het behaagde H.M. de Koningin dit schip de naam “De Ruyter” toe te kennen.De tewaterlating vond plaats op 9 maart 1974, en het schip werd op 3 juni 1976 in aanwezigheid van H.M. de Koningin in dienst gesteld.

Zij vormde de kern  van een Nederlandse escortegroep waarvan zij het vlaggenschip was en de commandovoering en de luchtverdediging verzorgde. Voorafgaand hieraan werd als gevolg van de indienststelling van deze "De Ruyter" de gehele organisatiestructuur van de Koninklijke marine zeer ingrijpend gewijzigd en aangepast,

Het schip was uitgerust met een 3-dimensionale radar en is bewapend met: 1 kanon van 12 cm in een dubbeltoren, Tartar geleid wapensysteem, 8 Harpoon Surface to Surface Missiles, (SSM) Sea Sparrow luchtverdedigingsgeschut, en een helicopter die als torpedowapendragen fungeert.De voortstuwing wordt verzorgd door 2 hoofdvaartgasturbines van 40.000 pk en 
kruisvaartturbines van 8000 pk.

Geleide wapenfregat 
Hr.Ms. “
De Ruyter” 
(1976 – 2001.)  


Collectie Instituut voor 
Maritieme Historie
Koninklijke Marine.

Hr. Ms. "De Ruyter".
in een Noorse fjord.

11.           Luchtverdedigings- en Commando Fregat “De Ruyter”  
                (2003 –  2..)

Op 22 april 2004 werd het schip formeel indienstgesteld bij de Koninklijke Marine. 
Bij die gelegenheid bood de voorzitter van de Stichting, SbN S.W. van Idsinga, een verkleinde kopie van het bekende standbeeld van de Ruyter, in bruikleen aan de commandant, KtZ P.F. de Boer aan.

De overhandiging van het standbeeld.

Het meet 6500 ton, LxBxD=145x19x5 m. Voortstuwing vgl. het CoDaG principe, d.w.z. 2 gasturbines (18500 kW) en 2 diesels (5000kW) Kruis- en max. Vaart: 19/29 knoop. Bemanning: 224.Bewapening: 40 ESSM of 48 SM2 antilucht; Harpoon SSM’s; Torpedo tegen Ozbt. 127 Oto-Breda Kanon; 2 Goalkeeper snelvuurkanons; 2 helicopters.

Nr.: 11. 

Hr.Ms. LCF "De Ruyter" 
(2004 - 2... )

Collectie Instituut voor
Maritieme Historie
Koninklijke Marine.

Ererol Zr.(Hr.)Ms. “De Ruyter”.

De Ererol van de schepen die in de Koninklijke marine de naam van onze grootste admiraal droegen, zou als volgt kunnen worden vastgesteld:

1)Doggersbank                                              
2) Lombok                   
3) Boni                       
4) Bali                         
5) Kangean                  
6) Gasparstraten          
7) Straat Badung          
8) Slag in de Javazee    .
 
1781     Nr.: 2
1887           5
1905           6
1906           6
1942           8
1942           8
1942           8
1942           8

 

Terug naar de vorige pagina.