Witte Cornelisz DE WITH (1599 - 1658.)
bijgenaamd: "Dubbelwit".
---Zie Bibliotheek,
Nr.: 126.--- Zie Ruyteriana
Nr.: 23.
Zijn jeugd
bracht hij door op de boerderij van zijn ouders te Hoogendijk, nabij
Brielle, Na twaalf ambachten en dertien ongelukken besloot hij zijn
geluk op zee te beproeven.
In 1616 ging hij
als kajuitsjongen naar Oost-Indië en was daar hofmeester bij Jan Pietersz. Coen, In 1628, dus één jaar vóór
M.H.
Tromp, werd hij benoemd tot vlaggenkapitein bij
Piet Heyn
en hij had derhalve een groot aandeel in het veroveren van de
zilvervloot Het lijkt of Piet Heijn van de geschiedenis alle eer voor
die verovering verdient, maar de inbreng van Witte de With was zeker
zo belangrijk geweest.
In 1637, Toen Tromp opperbevelhebber van de vloot werd, werd De With
in 1637 benoermd tot zijn vice-admiraal van Holland en West-Friesland, maar
ergerde zich er in hoge mate aan een aantal laffe kapiteins, die hij
ter dood wilde veroordelen, dit bracht hem in conflict met Johan
Evertsen (de Oude) Zelfs de andere admiraals Michiel de Ruyter en
Pieter Flosisse, met wie hij doorgaans wel door één deur kon,
steunden hem daarin niet.
Zijn leeftijd- en plaatsgenoot,
M.H. Tromp werd boven hem geplaatst als luitenant-admiraal.
Hij had in
de vloot de naam ongemakkelijk, haatdragend en hardvochtig te zijn,
Het is zelfs voorgekomen dat een aantal van zijn bemanninsleden
deserteerde naar een onbewoond eiland, om aan zijn straffe discipline
te ontkomen,
De marinehistoricus J.C.M. Warnsinck schreef over hem "gehaat
en gevreesd door zijn minderen, gemeden door zijn gelijken, en in
voortdurend conflict met zijn meerderen." Desondanks werd zijn bekwaamheid, moed en vaderlansliefde beloond, en
werd hij in Staatsdienst herhaaldelijk onderscheiden. Onder Tromp.maakte hij deel uit van de vloot in 1639 bij
Duins. In 1644/45 commandeerde hij een grote konvooivloot door de Sont
naar de Oostzee. Hij dwong hierbij bij de Denen een tolverdrag af. In
1647 had hij het commando over een vloot naar Brazilië, vanwaar hij
uit eigener beweging terugkeerde. Dit kwam hem in Nederland op een
arrestatie en ontheffing uit al zijn functies te staan. Hij werd
echter vrijgesproken en in al zijn functies hersteld.
Tijdens de
Eerste Engelse Oorlog werd hij tijdelijk belast met het opperbevel
over de vloot, maar leed bij Duins (8 oktober 1652) als gevolg van de
slechte toestand van de vloot een ernstige nederlaag. Hij streed
vervolgens onder Tromp mee in de Zeeslag bij Nieuwpoort. In de
Slag bij Ter
Heyde,
verving hij Tromp als opperbevelhebber omdat die al in het begin van de Slag gesneuveld
was en hoewel deze slag als een tactische nederlaag voor onze vloot beschouwd wordt,
slaagde hij er wel in de Engelsen zoveel schade toe te brengen, dat
zij hun voornemen, - de blokkade van onze kust - op te geven. Omdat hij een moeilijk karakter had , werd hem niet het opperbevel over de vloot gegeven, dat aan Van Wassenaer van Obdam toeviel, alhoewel hij op grond van zijn grote bekwaamheid die post meer
dan verdiende,
Hij beschikte over groot strategisch inzicht, had een ijzeren
doorzettingsvermogen en was een groot zeeman en intelectueel goed
onderlegd
In de Noordse oorlog voerde hij echter wel het bevel over de voorhoede van van Wassenaer van
Obdam's vloot tegen de Zweden in de Slag in de Sont. Hij raakte met
zijn schip in het nauwe vaarwater aan de grond en sneuvelde na een
urenlange strijd tegen een Zweedse overmacht op 8 november 1658.
Zijn vlaggenschip zonk,
Dodelijk getroffen trachtten enige Zweedse soldaten hem zijn degen af
te pakken, maar hij weigerde, "Dewijle ick sovele jaeren mijn
deeghen getrouwelijck voor Holland hebbe gevoert, soo en wille ick die
aan geene geringe soldaten overgeven" Hij werd naar
zijn kajuit overgebracht, maar kon later op eigen kracht voor de
Zweedse admiraal Bjelkensterna verschijnen "sijn hoofd nog
geschut, sijn hand, om niet te valle aen een touwe geslagen noyt
overwonnen" daar stierf hij .
Op bevel van de Zweedse Koning Karel X, die Witte de With zeer
bewonderde, werd zijn lichaam gebalsemd en aan de Denen overgedragen,
die het later aan de Nederlanders gaven. Hij werd pas in
september overgebracht naar Rotterdam, waar hij werd bijgezet in een marmeren praalgraf
in de Grote of Laurentiuskerk te Rotterdam.
Met De Ruyter kon hij, als mede-zeeuw redelijk goed opschieten. Later zou
de Ruyter in 1660 de Zweden verslaan en hem posthuum wreken.
 |
 |
|
Witte Cornelisz DE WITH
|
(29
april 1599 -
8 november 1658.)
|
Schepen die in de
Koninklijke Marine de naam DE WITH droegen:
1930
Torpedobootjager.
1986 Luchtverdedigingsfregat.
Terug
naar de vorige pagina.
|